Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.3.3.b
6.3.3.b Het verschaffen ‘voor eigen rekening’
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601098:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid over het begrip ‘voor eigen rekening’, Uniken Venema/Eisma (1990), p. 93-102. Niet relevant is overigens of de storting op de aandelen uit het eigen vermogen van de uitkoper heeft plaats gevonden, zie OK 12 juli 1990, rolnr. 690/89 (Blankhout Nederland Franchising).
Van den Ingh (1991); Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/658 e.v. Zie OK 9 januari 2014, JOR 2014/97 (KLM); HR 12 juli 2013, JOR 2013/301 (VEB/KLM) voor een bijzondere situatie waarin het vereiste ‘voor eigen rekening verschaffen’ de reden is dat de meerderheidsaandeelhouder geen uitkoopprocedure kan beginnen. Air France-KLM houdt na een geslaagd openbaar bod – kort gezegd – meer dan 95% van het geplaatste kapitaal in KLM. Een deel van dit belang houdt zij echter door middel van twee administratiekantoren. Dit is nodig teneinde KLM’s internationale landingsrechten veilig te stellen. Air France-KLM voldoet hierdoor niet aan het kapitaalvereiste en kan om die reden niet de gezamenlijke andere aandeelhouders uitkopen. Zie hierover Vroom onder JOR 2012/6.
Een voorbeeld is de Bank of New York Mellon die depositary receipts uitgeeft voor de door haar gehouden aandelen, zie o.m. OK 12 oktober 2010, JOR 2011/43 (Efes Breweries); OK 23 februari 2010, ARO 2010/47 (Zentiva); OK 19 mei 2009, JOR 2010/267 (CompleTel).
Van Vliet (1999), p. 22 noot 8, noemt voorts als (aanvullende) reden voor het vereiste dat ‘het administratiekantoor de certificaathouders niet moet kunnen dwingen het voor de uitkoop benodigde vermogen bijeen te brengen of dat dit (bij certificaten aan toonder) praktisch onmogelijk is’.
Aldus ook Van den Ingh (1991), p. 217.
Rapport van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht inzake W.o. 18.904, WPNR 1986/ 5788, p. 412-413. Evenzo Van der Vlist (1985), p. 162-163; Houwen (1988), p. 24-25.
Bij de geschillenregeling (art. 2:335 BW e.v.) kan een administratiekantoor wel eiser zijn in een uitstotingsprocedure en gedaagde in een uittredingsprocedure. Dit is volgens de minister noodzakelijk omdat anders de geschillenregeling door middel van certificering kan worden ontdoken, zie Kamerstukken II 1984-1985, 18 905, nr. 3, p. 13. Hierover Bulten (2011), p. 141. Voor de uitkoopregeling geldt dit argument niet.
Van den Ingh (1991), p. 218 noemt voorts de mogelijkheid van tijdelijke decertificering.
De uitkoper moet het vereiste kapitaal ‘voor eigen rekening’ verschaffen.1 Dit betekent dat een administratiekantoor geen vordering tot uitkoop kan instellen, omdat het de aandelen voor rekening van de certificaathouders houdt.2 Hetzelfde geldt mijns inziens voor een bewaarbedrijf dat aandelen houdt, waarvoor met certificaten vergelijkbare instrumenten zijn uitgegeven (§ 7.3.2 sub d).3
De gedachte achter dit vereiste volgt niet met zoveel woorden uit de parlementaire geschiedenis. Waarschijnlijk is het idee dat de rechtvaardiging voor de gedwongen overdracht van aandelen ontbreekt indien de meerderheidsaandeelhouder de aandelen niet voor zichzelf houdt.4 Hij ondervindt dan onvoldoende nadeel van de aanwezigheid van een minderheid.5
Tijdens de parlementaire behandeling van de algemene uitkoopregeling van art. 2:92a/201a BW heeft de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht nog tevergeefs getracht om de bevoegdheid tot uitkoop ook toe te kennen aan het administratiekantoor dat het vereiste kapitaal voor rekening van slechts één certificaathouder houdt.6 Een dergelijke bevoegdheid is volgens mij niet noodzakelijk.7 De certificaathouder kan overgaan tot decertificering en vervolgens een vordering tot uitkoop instellen.8 Op grond van de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW kan een certificaathouder trouwens zelf een uitkoopprocedure beginnen (§ 6.2.3).