De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.7.1:4.5.7.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.7.1
4.5.7.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393593:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Thans moet, als laatste onderdeel van deze paragrafen die aan de positie van de benadeelde tegenover het Bureau van het land van het ongeval zijn gewijd, aandacht worden besteed aan een figuur die weliswaar vanaf het begin van het groenekaartstelsel heeft bestaan, maar die in de loop der jaren een steeds belangrijker positie is gaan innemen en die inmiddels een onmisbare rol in het functioneren van het stelsel speelt: de benoemde correspondent.
De (benoemde) correspondent is de vertegenwoordiger van de verzekeraar in het land waar deze zijn verzekerde dekking geeft. De correspondent regelt met instemming van het 'regelend' Bureau, in naam van dat Bureau maar voor rekening van de verzekeraar, de schaden die de verzekerde in dat land veroorzaakt.
Deze figuur is zo oud als het groenekaartstelsel zelf: de eerste versies van de Uniform Agreement kenden haar reeds. De mogelijkheden tot keuze voor en benoeming van een correspondent waren in de eerste jaren echter veel beperkter dan thans. Tegenwoordig is schadebehandeling door of in opdracht van de Bureaus nog slechts de uitzondering. Veruit de meeste verzekeraars hebben 'correspondenten' aangesteld.
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw lijkt de figuur van de correspondent eerder een uitzondering te zijn geweest op de regel, dat de schadegevallen onder het groenekaartstelsel door het Bureau zelf, dan wel door een door dat Bureau zelf aangestelde lasthebber werden geregeld. Wel erkende de Uniform Agreement reeds in haar eerste vorm, dat de verzekeraars al voor de inwerkingtreding van het groenekaartstelsel zelf relaties met (meestal) verzekeraars in andere landen hadden aan wie zij de afhandeling van schadegevallen toevertrouwden. Deze verzekeraars hadden er behoefte aan deze verhoudingen te continueren.
Deze verhoudingen dienden echter in de regels van het groenekaartstelsel te worden ingepast om te voorkomen dat parallelle schaderegelingsstructuren zouden ontstaan, die in de praktijk tot onduidelijkheden zouden leiden. Daartoe werden verzekeraars in de deelnemende landen in de gelegenheid gesteld aan het 'regelend' Bureau te verzoeken in het land van dat Bureau een vertegenwoordiger aan te stellen die in naam en onder verantwoordelijkheid van dat Bureau maar voor rekening van de verzekeraar schadegevallen onder het groenekaartstelsel afwikkelt. De Uniform Agreement liet echter ruime mogelijkheden voor de Bureaus om de aanstelling van deze benoemde correspondenten niet toe te staan of te beperken. Terwijl de aanstelling als correspondent van in concernverband met de dekking gevende verzekeraar verbonden motorrijtuigverzekeraars zonder meer mogelijk werd gemaakt, konden de Bureaus andere mogelijkheden uitsluiten, of zich beperken tot de aanstelling van leden van het 'regelend' Bureau, zodat bijvoorbeeld gespecialiseerde schaderegelingsbureaus buiten spel werden gezet. Een tussenvorm is de aanstelling van dergelijke partijen door tussenkomst van een dekkingsmaatschappij, een lid van het 'regelend' Bureau dat ten opzichte van dat Bureau de juridische verantwoordelijkheden onder het groene-kaartstelsel op zich neemt, maar het feitelijke werk door de eigenlijke correspondent laat verrichten. Deze praktijk bestaat in een aantal landen nog steeds.
Bij de groei van de rol van de benoemde correspondent heeft zonder twijfel het besef een rol gespeeld dat de Bureaus zich in het licht van de opvattingen over mededinging in de EU moeilijk een monopolie op het regelen van groenekaartschaden kunnen voorbehouden. Daarnaast moet worden bedacht dat de Bureaus weliswaar een semipublieke taak uitoefenen, maar wel organisaties van verzekeraars zijn, die zich dan ook voor zover dat met hun wettelijke taak verenigbaar is, naar de wensen van hun leden hebben te richten. In dit verband kan hier al worden opgemerkt dat de Internat Regulations rekening houden met de mogelijkheid dat nationale wettelijke voorschriften aan de benoeming van correspondenten in de weg kunnen staan.
Een extra impuls aan de aanstelling van correspondenten heeft de 4e Richtlijn gegeven. Deze verplicht de verzekeraars in de lidstaten om in alle andere lidstaten een schaderegelaar aan te stellen. De lidstaten mogen de verzekeraars op (vrijwel) geen enkele wijze beperken in de keuze van hun schaderegelaar. Verzekeraars hebben vanzelfsprekend behoefte om deze schaderegelaars vervolgens ook te belasten met de regeling van groenekaartschaden en de Internat Regulations maken dat mogelijk door te bepalen dat de Bureaus de aanstelling als correspondent van een schaderegelaar in de zin van de 4e Richtlijn zullen aanvaarden. Overigens moeten zij de voorwaarden vastleggen waaronder zij de aanstelling van correspondenten aanvaarden, weigeren of intrekken. Het Explanatory Memorandum beveelt om redenen van openheid aan dat de Bureaus deze regels op hun website openbaar maken.
De vraag moet worden onderzocht in welke verhoudingen de correspondent tot zowel de Bureaus als de verzekeraar en de benadeelde staat. Daarbij is vooral van belang hoe zijn verhouding tot de verzekeraar en het 'regelend' Bureau moet worden geduid en hoe deze twee zich tot elkaar verhouden. Daarnaast moet ook worden onderzocht wat de rol van het garanderend Bureau is. Dat Bureau moet worden ingeschakeld bij de aanstelling van de correspondent: de aanvraag van de verzekeraar aan het 'regelend' Bureau om een correspondent te mogen aanstellen, moet worden ingediend door tussenkomst van het garanderend Bureau en de vraag rijst dan of daaruit verantwoordelijkheden voor het garanderend Bureau voortvloeien en zo ja, welke.
Nu reeds kan worden vastgesteld dat de correspondent als vertegenwoordiger optreedt, naar hierna zal blijken van zowel de verzekeraar die hem aanstelt als van het 'regelend' Bureau in welks naam hij handelt. Zijn activiteiten bestaan uit het behandelen en afwikkelen van schadegevallen met benadeelden en hun rechtverkrijgenden. Niet uitgesloten is dat de correspondent, veelal een beroeps- of bedrijfsmatig handelend (rechts )persoon, ook optreedt voor, dan wel de hoedanigheid heeft van, de benadeelde of diens rechtverkrijgende. Te denken valt aan de als correspondent aangestelde verzekeraar die blijkt cascoverzekeraar van de benadeelde te zijn of aan het schaderegelingsbureau dat tevens voor de benadeelde optreedt. De vragen die rond dit 'dienen van twee heren' rijzen, worden eveneens besproken.
Met enige nadruk dient erop te worden gewezen dat de benoemde correspondent een principieel andere figuur is dan die van de lasthebber die het 'regelend' Bureau uit eigen initiatief aanstelt om de schade te regelen. Is de correspondent aangesteld op verzoek van de verzekeraar, dan geldt hij, zoals hierna zal blijken, als diens vertegenwoordiger; de lasthebber (in de terminologie van de Internal Regulations de agent, Franse tekst mandataire) heeft alleen als de vertegenwoordiger van het 'regelend' Bureau te gelden.