Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.4.1.0
5.4.1.0 Introductie
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614942:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 112005/06, 29 834, nr. 12, p. 17.
Ook in andere wetten is verkrijging of verlies van goederen geregeld, zoals bijvoorbeeld in de Auteurswet (het verkrijgen van een auteursrecht). Zie Pitlo 2006, nr. 90.
Zie Asser-Mijnssen-De Haan 2006, nr. 192 e.v.; Reehuis in Pitlo 2006, nr. 94; Snijders/Rank Berenschot 2007, nr. 244 e.v.
Ook als de aanlegger geen eigenaar is van een onderdeel van het net (bijvoorbeeld omdat het onder eigendomsvoorbehoud is geleverd door de fabrikant), dan nog zal de eigendom van dat onderdeel niet op basis van artikel 5:20, tweede lid BW worden 'verkregen', maar eerder door vermenging/ zaaksvorming, dan wel door horizontale natrekking.
Door mij is de term `eigendomsverkrijging' veelvuldig gebruikt omdat dit aansluit bij hetgeen de wetgever over deze nieuwe regeling heeft gesteld in ondermeer de parlementaire geschiedenis. Daarnaast is verkrijging van de eigendom van een net — na invoering van de nieuwe regeling — ook nog wel mogelijk omdat wanneer de regeling niet opgaat sprake kan zijn van verkrijging door horizontale natrekking.
Tijdens de parlementaire behandeling werd terecht de vraag gesteld waarom het vereiste van 'de bevoegdheid' eigenlijk is opgenomen. De minister antwoordde op deze vraag door te stellen dat iemand die zonder dat hij daartoe bevoegd is een net aanlegt niet de eigendom van dat net kan verkrijgen ook al heeft hij de aanleg bekostigd:1
`Het nieuwe lid kent namelijk een ingrijpend rechtsgevolg, te weten de verkrijging van eigendom. Een onbevoegde aanlegger die in, op of boven de grond van een ander een net aanlegt, zou niet moeten worden beloond met de verkrijging van de eigendom van dat net',
Bij deze zienswijze is een kanttekening te plaatsen. Hoewel de wetgever in de parlementaire geschiedenis het steeds expliciet over een nieuwe regeling inzake de eigendomsverkrijging van netten heeft, is het de vraag of de nieuwe regeling wel als een vorm van 'verkrijging' is aan te merken? De wijze waarop goederen verkregen worden (of verloren gaan), is geregeld in de wet ('gesloten stelsel van het goederenrecht'). Hoewel met 'de wet' niet alleen het BW wordt bedoeld2 staat in het BW een aantal algemene regels die voor alle verkrijgingen van goederen gelden. In artikel 3:80 BW wordt bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt tussen de verkrijging onder algemene en onder bijzondere titel. Erfopvolging is wel het meest voor de hand liggende voorbeeld van verkrijging onder algemene titel; de verkrijger volgt de ander op in een heel of evenredig deel van het vermogen. Overdracht is een vorm van verkrijging onder bijzondere titel; de verkrijger verkrijgt slechts een bepaald actief uit het vermogen van de ander. Een ander, niet door de wet, gemaakt onderscheid is die tussen derivatieve en originaire verkrijging. Onder derivatieve verkrijging wordt verstaan de verkrijging waarbij de verkrijger zijn recht op het goed aan een ander, zijn rechtsvoorganger, ontleent. Alle verkrijgingen onder algemene titel zijn derivatieve verkrijgingen, maar ook diverse verkrijgingen onder bijzondere titel, zoals overdracht, zijn als zodanig te benoemen. Originaire verkrijging is een vorm van verkrijging waarbij niet sprake is van een rechtsovergang. De verkrijger verkrijgt een recht dat hij niet ontleent aan dat van een voorganger, maar dat nieuw bij die verkrijger ontstaat. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij zaaksvorming, schatvinding of vermenging als het gaat om roerende zaken, dan wel natrekking of aanwas bij onroerende zaken. Met betrekking tot deze vormen van verkrijging begint een verkrijger met een 'nieuw recht', vrij van plichten en lasten door eventuele voorgangers daarop gelegd, maar ook zonder de rechten en bevoegdheden door eventuele voorgangers in verband met het goed bedongen.3 Heel strikt geredeneerd zou gesteld kunnen worden dat de nieuwe eigendomsregeling eigenlijk geen vorm is van verkrijging. Synoniemen van 'verkrijgen' zijn onder meer `ontvangen', 'kopen', 'bemachtigen', 'verwerven' of 'doen ontstaan'. Hieruit volgt dat verkrijgen ziet op iets verwerven wat je voorheen niet had. Dit is bij de nieuwe eigendomsregeling niet helemaal het geval. De bevoegde aanlegger zal in de regel, voordat hij tot daadwerkelijk aanleg overgaat, al eigenaar zijn van de 'losse onderdelen' (de kabels en leidingen, inclusief alle bijbehorende hulpmiddelen) van het net alvorens het net de grond in gaat.4 De eigendom van (alle losse onderdelen van) het net ontstaat dus niet (of: wordt verworven) door bevoegde aanleg van het net, maar blijft 'ondanks' die aanleg in andermans grond berusten bij de aanlegger van het net. De nieuwe eigendomsregeling is een uitzondering op de verticale natrekking en 'wijst in die zin de eigendom van het net toe' aan de bevoegde aanlegger. De regeling is dan ook eerder aan te merken als een vorm van eigendomstoewijzing, dan als een vorm van eigendomsverkrijging. Op zich is het gebruik van de term `eigendomsverkrijging' wel goed verklaarbaar omdat in de oude situatie in beginsel de hoofdregel van de verticale natrekking gold en de eigendom van een net werd verkregen door middel van bijvoorbeeld de horizontale natrekking. Daarnaast is verdedigbaar dat de aanlegger — voordat het net de grond in gaat — weliswaar eigenaar is van de onderdelen, maar dat de eigendom van het net — als een zelfstandige eenheid — pas wordt 'verkregen' nadat het bevoegd is aangelegd in de grond. Tevens wijzigt de status van de 'roerende' onderdelen, omdat deze na aanleg tot één zelfstandige onroerende zaak zijn gevormd. In die zin zou dus wel geredeneerd kunnen worden dat de nieuwe eigendomsregeling ziet op een vorm van verkrijging van een net als één zelfstandige onroerende zaak omdat deze zelfstandige onroerende zaak vóór aanleg niet bestond.5