Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.1.2.3:17.3.1.2.3 Andere verplichtingen dan de inlichtingenplicht leveren geen verhoorsituatie op
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.1.2.3
17.3.1.2.3 Andere verplichtingen dan de inlichtingenplicht leveren geen verhoorsituatie op
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492320:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De (vordering tot) nakoming van de andere in afdeling 2, hoofdstuk VIII van de AWR vastgelegde verplichtingen, levert geen verhoorsituatie op. Boekvertoon, identificatie, toegangverlening of het administreren van gegevens is geen verhoor. Wordt de betrokkene bij de nakoming van deze verplichtingen gevraagd (mondeling of schriftelijk) te verklaren omtrent de overtreding, dan zal die vraag steunen op de inlichtingenplicht ex art. 47, lid 1, onder a AWR.
Informatieverstrekking zonder voorafgaande vordering: geen verhoor
Met de inlichtingenplicht is verwant de meer genoemde mededelingsplicht in art. 10a AWR.1 Vanwege het daarin vastgelegde vereiste dat de inspecteur moet worden geïnformeerd voordat hij de onjuistheid of onvolledigheid op het spoor komt, dus op eigen initiatief van de belastingplichtige, is van (voorafgaande) vragen van de inspecteur geen sprake, laat staan van vragen omtrent de overtreding. Van een verhoorsituatie is evenmin sprake wanneer de belastingplichtige in het kader van horizontaal toezicht op eigen initiatief de inspecteur informeert over fiscale risico’s uit hoofde van een handhavingsconvenant.2
(Uitnodiging tot) het doen van belastingaangifte: schriftelijk verhoor(?)
De tekst van art. 5:10a Awb sluit niet uit dat ook een schriftelijke ondervraging als verhoor wordt aangemerkt, zoals een vragenbrief van de inspecteur. Volgens de wetgever moet worden aangenomen dat het boeterechtelijk zwijgrecht geldt voor mondelinge en schriftelijke vragen.3 Een directe confrontatie tussen de inspecteur en de boeteling lijkt dus niet vereist.
Of (de uitnodiging tot) het doen van belastingaangifte als schriftelijk verhoor kan worden aangemerkt, volgt niet uit de wetsgeschiedenis bij art. 5:10a Awb en evenmin uit de jurisprudentie. Zo al sprake is van een verhoorsituatie, dan worden in de aangifte naar mijn oordeel bezwaarlijk ‘verklaringen omtrent de overtreding’ gevraagd.