Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.5.3
7.5.3 De regels voor levensverzekeraars betreffende de basisregistratie personen
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949865:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kalkman 2013, p. 217-221 beschrijft de rechten van de levensverzekeraar op grond van de toenmalige wet ter zake van de gemeentelijke basisadministratie (de voorloper van de Basisregistratie Personen). Voor mijn onderzoek heeft het geen toegevoegde waarde de situatie van destijds met die van nu te vergelijken.
Daarbij merk ik ook op dat voor zover een overleden deelnemer van een collectieve levensverzekering ook een individuele levensverzekering bij de desbetreffende levensverzekeraar zou hebben, de levensverzekeraar de gegevens die hij uit hoofde van de collectieve levensverzekering door systematische verstrekking uit de Basisregistratie Personen heeft gekregen strikt genomen op grond van het Besluit Brp niet mag gebruiken voor andere levensverzekeringen in zijn administratie. De informatie wordt verstrekt voor de “uitvoering van pensioenregelingen”.
Kamerstukken II 2011/12, 33219, nr. 3, p. 55: “Naast de minister kunnen ook de colleges van burgemeester en wethouders over alle ingeschrevenen gegevens uit de basisregistratie personen verstrekken. In dit opzicht bevat het wetsvoorstel een belangrijke vernieuwing ten opzichte van de Wet GBA, waarin de colleges van burgemeester en wethouders slechts uit de basisadministratie van de eigen gemeente gegevens kunnen verstrekken. Het feit dat de gegevens plaatsonafhankelijk bij ieder college moeten kunnen worden opgevraagd en verkregen, brengt met zich mee dat de verstrekking van gegevens in deze gevallen bij of krachtens de wet wordt geregeld. De colleges van burgemeester en wethouders komt hier geen beleidsvrijheid toe.”
Besluit van 10 juli 2023 tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het aanwijzen van een tweetal werkzaamheden met gewichtig maatschappelijk belang en het beëindigen van de verstrekkingsbeperking voor verstrekkingen aan zorginstellingen (Staatsblad 2023, 257).
De consultatie van de ontwerp-algemene maatregel van bestuur Wijziging besluit Brp liep van 27 juli tot 7 september 2021. Deze versie is te vinden via https://www.internetconsultatie.nl/derdenbesluitbrp. In de consultatieversie ging het nog om het toevoegen van vier werkzaamheden aan het Besluit Brp. Op het voorstel voor twee van die werkzaamheden kwam zoveel commentaar dat die in de tweede versie van het ontwerp niet meer waren opgenomen.De tweede versie van de ontwerp-algemene maatregel van bestuur is bij brief van 17 juni 2022 aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer voorgelegd in het kader van een zogenoemde “voorhangprocedure”. Zie Kamerstukken II 2021/22, 27859, nr. 158.Bij brief van 9 december 2022 zijn Kamervragen over het ontwerp beantwoord (Kamerstukken II 2022/23, 27859, nr. 167).
Besluit van 10 juli 2023 tot vaststelling van het tijdstip van (…) inwerkingtreding van het Besluit van 10 juli 2023 tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het aanwijzen van een tweetal werkzaamheden met gewichtig maatschappelijk belang (…) (Staatsblad 2023, 258).
Zie Kamerstukken II 2022/23, 27859, nr. 167, p. 2.
Uit de antwoorden op de Kamervragen over het ontwerp blijkt dat iedere individuele verzekeraar alleen bericht ontvangt over het overlijden van zijn “eigen” verzekerden. De verzekeraar moet namelijk “in de BRP een zogenaamde afnemersindicatie bij de persoonslijsten van de personen die bij hem verzekerd zijn” plaatsen. Zie Kamerstukken II 2022/23, 27859, nr. 167, p. 4.
Nota van Toelichting, p. 8 (Staatsblad 2023, 257).
Nota van Toelichting, p. 21 (Staatsblad 2023, 257).
Ter verduidelijking van het bovenstaande zet ik hierna uiteen wat op grond van de Wet Brp en het Besluit Brp de regels zijn voor levensverzekeraars ten aanzien van de Basisregistratie Personen.
1. Systematische verstrekking van gegevens aan levensverzekeraars voor de uitvoering van collectieve levensverzekeringen.
In art. 3.3 Wet Brp is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang worden aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisregistratie worden verstrekt. Art. 39 van het Besluit Brp bepaalt dat (i) de door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang, (ii) de categorieën van derden die in verband met die werkzaamheden in aanmerking komen voor de systematische verstrekking van gegevens en (iii) de beperkingen ten aanzien van de gegevens die kunnen worden verstrekt, zijn aangeduid in de tabel die als bijlage 4 bij het Besluit Brp is gevoegd. In bijlage 4 “Derden die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang aan wie systematisch verstrekt kan worden” is vermeld dat “verzekeraars als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet” gegevens verstrekt krijgen voor de “uitvoering van pensioenregelingen”. Levensverzekeraars krijgen dus alleen systematisch gegevens verstrekt uit de Basisregistratie Personen voor de uitvoering van collectieve levensverzekeringen.
In hoofdstuk 5.6.2.3 heb ik beschreven dat het verzetrecht op grond van art. 3:119 Wft bij collectieve levensverzekeringen toekomt aan de verzekeringnemer. Dit betreft de (voormalige) werkgever. Dat de verzekeraar van een collectieve levensverzekering uit de Basisregistratie Personen ten behoeve van de uitvoering van deze pensioenregeling op de hoogte wordt gesteld van bijvoorbeeld het overlijden van een deelnemer, heeft bij het samenstellen van een adressenbestand voor individuele kennisgevingen aan degenen die wél het verzetrecht hebben op grond van art. 3:119 Wft daarom géén betekenis.2
2. Incidentele verstrekkingen: verzekeraars van individuele levensverzekeringen hebben het recht informatie op te vragen bij een college van Burgemeester en Wethouders ná een melding van het overlijden van de verzekerde door de verzekeringnemer of een begunstigde.
Colleges van burgemeester en wethouders kunnen op grond van art. 3.6 Wet Brp ook op incidentele basis gegevens verstrekken. Een college van burgemeester en wethouders kan over alle ingeschrevenen gegevens verstrekken, dus niet alleen over ingeschrevenen uit de eigen gemeente.3 Ook dat kan echter alleen op verzoek van een derde voor zover de gegevens worden verstrekt ten behoeve van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang.
In bijlage 5 van het Besluit Brp4 staan de derden opgesomd die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang aan wie door burgemeester en wethouders op verzoek gegevens verstrekt kunnen worden. Hier worden onder meer verzekeraars genoemd voor
“het honoreren van aanspraken van gerechtigden op, al dan niet op termijn opvorderbare gelden, effecten of goederen op de instellingen of verzekeraar”.
Als het overlijden van een verzekerde is gemeld bij de verzekeraar, dan kan deze verzekeraar dus eventueel in verband met de begunstiging zoals vermeld in de verzekeringsovereenkomst de door die verzekeraar benodigde informatie opvragen uit de Basisregistratie Personen.
Omdat het honoreren van (uitkerings-)aanspraken op dat moment nog niet aan de orde is, lijkt het mij voor een levensverzekeraar echter niet mogelijk het juiste adres van een verzekeringnemer uit de Basisregistratie Personen op te vragen, indien een in verband met een portefeuilleoverdracht verstuurde brief retour afzender naar de verzekeraar zou komen.
3. Systematische melding van overlijdens aan verzekeraars van individuele levensverzekeringen.
Bijlage 4 van het Besluit Brp is kort geleden gewijzigd.5 Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars mogen voortaan systematisch op de hoogte worden gesteld van het overlijden van ingezetenen van Nederland. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft door middel van een algemene maatregel van bestuur twee werkzaamheden met gewichtig maatschappelijk belang toegevoegd aan bijlage 4.6 Daardoor wordt ten aanzien van die werkzaamheden systematische verstrekking van gegevens mogelijk gemaakt. Deze wijziging van bijlage 4 van het Besluit Brp is in werking getreden op 15 juli 2023.7 Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars mogen voortaan gegevens ontvangen voor
“het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden of diensten op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen”.
Overigens zal er nog wel enige tijd nodig zijn voor de implementatie van deze wijziging. Het Verbond van Verzekeraars en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens zullen nog moeten overleggen over technische aspecten van de informatieverstrekking. Een verzekeraar die gebruik wil maken van deze dienst zal een autorisatie moeten aanvragen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal naar aanleiding van deze aanvragen vervolgens autorisatiebesluiten nemen.8 Verzekeraars kunnen daarna hun administratie voor wat betreft uitkeringsgerechtigden in orde maken en voortaan op orde houden.
Volgens de Nota van Toelichting bij de algemene maatregel van bestuur is beoogd dat verzekeraars na de wijziging van bijlage 4 van het Besluit Brp vanuit de Brp spontaan het gegeven van overlijden van een verzekerde ontvangen.9 Bij deze overlijdensmelding gaat het dus om een eenmalige spontane verstrekking vanuit de Basisregistratie Personen. Vervolgens kan “indien deze gegevens niet reeds bij de verzekeraar bekend zijn of door hem anderszins te achterhalen zijn” de verzekeraar door middel van een zoekvraag actuele gegevens over de begunstigde opvragen uit de Basisregistratie Personen.10 Indien de begunstigde recht heeft op een eenmalige verzekeringsuitkering, dan kan de verzekeraar die uitkering doen. Indien de begunstigde recht heeft op periodieke verzekeringsuitkeringen, dan kan de verzekeraar met die uitkeringen beginnen.
Uit de Nota van Toelichting bij de algemene maatregel van bestuur blijkt ook dat de verzekeraars niet alleen spontaan de overlijdens van verzekerden gemeld krijgen die plaatsvinden na invoering van de wijziging van bijlage 4 van het Besluit Brp, maar dat zij ook kunnen navragen of een verzekerde of begunstigde al overleden is. De wijziging biedt dus óók een oplossing voor “bestaande slapende polissen”.11 Ook met betrekking tot die polissen kunnen dan eenmalige uitkeringen worden gedaan of kan een begin worden gemaakt met periodieke uitkeringen.
Wat betekent dit nu voor het versturen van individuele kennisgevingen aan op grond van de Wft verzetgerechtigden, indien de levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar in de toekomst overgaat tot portefeuilleoverdracht? De verzekeraar zal tegen die tijd op dit moment “bestaande slapende polissen” hebben kunnen afhandelen. Hij zal eenmalige uitkeringen dan in beginsel hebben kunnen doen. Voor zover hij eenmalige uitkeringen voorafgaand aan de portefeuilleoverdracht nog niet heeft kunnen doen, beschikt hij waarschijnlijk al wel over de adresgegevens van de uitkeringsgerechtigden van die polissen. Ook zal hij beschikken over de adresgegevens van de gerechtigden tot periodieke uitkeringen. Kortom, door deze wijziging van bijlage 4 van het Besluit Brp zal de administratie van de verzekeraar ook beter op orde zijn voor het geval dat hij in de toekomst bij een eventuele portefeuilleoverdracht individuele kennisgevingen wil versturen.