Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/4.3.3.0
4.3.3.0 Introductie
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957900:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De ingelegde gelden kunnen ook anderszins worden aangewend. Bijvoorbeeld voor de handel in onroerend goed. De activiteiten van het fonds voor gemene rekening mogen echter geen onderneming vormen. Besluit van 11 januari 2007, nr. CPP2006/1870M, Stcrt. 2007, nr. 15, p. 2.
Vanuit Europeesrechtelijk niveau wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten beleggingsinstellingen: de instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) en de alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s). Voor beide categorieën van beleggingsinstellingen zijn in de Wft toezichtregels opgenomen (Zie de definities in art. 1:1 Wft en verder art. 2:65-2:74 Wft). Zie daarnaast Richtlijn 2009/65/EG inzake icbe’s en Richtlijn 2011/61/EU inzake abi’s.
De Leeuw B.J. 1914, p. 1-30.
Van der Velden 2008, p. 19 en 20.
Van der Velden 2008, p. 19-24. Zie ook Houben 1942, p. 107-109 en p. 114-115 waarin hij depotfractiebewijzen als een speciale variant van certificaten beschrijft.
Op het moment dat er belegd vermogen wordt beheerd, kan gebruik worden gemaakt van het fonds voor gemene rekening. Het fonds voor gemene rekening is een begrip uit het fiscaal recht. Art. 2 lid 4 Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) beschrijft het fonds voor gemene rekening als volgt:
“Onder een fonds voor gemene rekening wordt verstaan een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, mits van de deelgerechtigdheid in het fonds blijkt uit verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid. Een fonds voor gemene rekening wordt als onderneming aangemerkt. De bewijzen van deelgerechtigdheid worden als verhandelbaar aangemerkt indien voor vervreemding niet de toestemming van alle deelgerechtigden is vereist, met dien verstande dat ingeval vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening of aan bloed- en aanverwanten in de rechte linie de bewijzen niet als verhandelbaar worden aangemerkt.”
Kort gezegd gaat het bij een fonds voor gemene rekening om het gezamenlijk inleggen van gelden om daarmee te kunnen beleggen.1 Alle deelgerechtigden bij het fonds ontvangen een verhandelbaar bewijs van deelgerechtigheid. Die bewijzen worden ook wel participatiebewijzen genoemd.
Het fonds voor gemene rekening valt onder de grotere groep beleggingsfondsen. Samen met beleggingsmaatschappijen worden ze beleggingsinstellingen genoemd.2 In de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) staan regels opgenomen die de vergunningsplicht en andere toezichtregels voor beleggingsinstellingen regelen (art. 2:65-2:74 Wft). Als een beleggingsinstelling vergunningsplichtig is, heeft dit consequenties voor de civielrechtelijke structuur van een beleggingsinstelling en dus ook voor een beleggingsfonds.
De oorsprong van beleggingsfondsen, waar het fonds voor gemene rekening een voorbeeld van is, loopt deels gelijk op met het ontstaan van certificering. De Grootboek-certificaten die zijn ontstaan in het begin van de 19e eeuw waren in feite een vorm van beleggen van gelden met het administratiekantoor als beheerder.3 Ook de certificaten die werden gecreëerd om te kunnen handelen in Amerikaanse spoorwegaandelen en -obligaties in de tweede helft van de 19e eeuw kunnen als voorloper van het beleggingsfonds worden gezien.4 Van der Velden beschrijft in zijn dissertatie het ontstaan van beleggingsfondsen en hoe deze volgens hem zijn te beschouwen zijn als een variant op certificering.5