Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.3.3.1
4.3.3.1 Leveringseisen
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387059:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 395 en Reehuis 2004, p. 79.
Cessie wordt door sommigen gebruikt om de overdracht van een vordering aan te duiden en niet de enkele levering. Zie bijvoorbeeld Brunner & De Jong 2004, p. 240. Reehuis 2004, p. 77 gebruikt de term cessie voor de levering en niet voor het overdrachtscomplex in zijn geheel.
HR 27 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1856, r.o. 3.4, NJ 1998/191.
In geval van toedeling van een vordering waaraan het recht van pand is verbonden, zijn de deelgenoten verplicht om de panden die zij onder zich hebben aan de deelgenoot aan wie is toegedeeld af te geven (art. 6:143 lid 3 BW) en bij overgang van een vordering waaraan een recht van hypotheek is verbonden, zijn de deelgenoten verplicht om desgewenst eraan mee te werken dat deze overgang uit de openbare registers blijkt (art. 6:143 lid 4 BW).
Pitlo/Reehuis 2006, p. 71.
Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 314 (Toelichting Meijers); Snijders 1999, p. 564.
Reehuis 2004, p. 77 en Beekhoven van den Boezem 2003, p. 6.
Verhagen & Rongen 2000, p. 23-24.
Verdeelde vorderingen op naam worden geleverd door middel van i) een akte van levering, die niet een tussen partijen opgemaakte akte hoeft te zijn,1 en een vormvrije mededeling van de levering aan de schuldenaar (openbare cessie,2art. 3:94 lid 1 BW) dan wel ii) een authentieke of onderhandse geregistreerde akte zonder mededeling aan de schuldenaar (stille cessie, art. 3:94 lid 3 BW). Een akte van verdeling zal, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel, tevens mogen worden beschouwd en gebezigd als de akte bestemd voor levering.3 Met de vordering gaan de aan de vordering verbonden nevenrechten, zoals van de vordering afhankelijke rechten (art. 3:7 BW) van pand of hypotheek,4 voorrechten en de bevoegdheid om de ter zake van de vordering en de nevenrechten bestaande executoriale titels ten uitvoer te leggen, van rechtswege mee over op de verkrijger van de vordering (art. 6:142 lid 1 BW). Ook afzonderlijk overdraagbare nevenrechten (die dus geen afhankelijke rechten zijn), zoals het recht op bedongen rente en boete, gaan mee over op de verkrijger, tenzij de rente al opeisbaar was of de boete al verbeurd was ten tijde van de overgang (art. 6:142 lid 2 BW).5 De overgang van een vordering laat de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet (art. 6:145 BW).
Ook andere relatieve rechten die geen vorderingen op naam zijn, zoals wilsrechten (de bevoegdheid om eenzijdig, door een wilsverklaring, een nieuwe rechtstoestand te scheppen6 ) die als zelfstandig vermogensrecht zijn aan te merken,7 vallen onder de categorie ‘tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen rechten’ als bedoeld in art. 3:94 BW.8 Een voorbeeld van zo’n wilsrecht is het optierecht tot koop van een onroerende zaak tegen een bepaalde prijs; door de uitoefening van dit optierecht wordt een vordering in het leven geroepen tot levering van de betreffende onroerende zaak.
Vooral als de VOF veel schuldenaren heeft, kan openbare cessie een vrij omslachtige onderneming zijn, terwijl stille cessie kostbaar is vanwege de inschakeling van de notaris dan wel vanwege de kosten van registratie. Crediteuren ervaren de vereisten voor cessie daarom veelal als bezwaarlijk.9