De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.1:10.5.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.1
10.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS373451:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De A-G moet bij zijn enquêteverzoek overigens ook meedelen of hij de ondernemingsraad in de gelegenheid heeft gesteld om van zijn gevoelen te doen blijken op grond van art. 2:349 lid 2 BW. De A-G is echter niet verplicht om zijn standpunt te vragen. Indien de ondernemingsraad niet is gehoord leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid. Zie OK 26 oktober 2000, JOR 2000/240 (De Vries Robbé), r.o. 4.5. Deze bepaling is dus eigenlijk een dode letter.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De A-G is enkel bevoegd tot het indienen van een enquêteverzoek wanneer het openbaar belang dat vergt. De aanwezigheid van een openbaar belang is een ontvankelijkheidsvereiste voor een verzoek op grond van art. 2:345 lid 2 BW en art. 2:355 lid 1 BW.1 Over de betekenis van het begrip ‘een openbaar belang’ is zowel in de wetsgeschiedenis als in de rechtspraak veel van doen geweest. Ik besteed eerst aandacht aan de totstandkomingsgeschiedenis van de wetswijziging van 1971 en 1994. Daarna analyseer ik welke omstandigheden een openbaar belang kunnen opleveren aan de hand van de rechtspraak.