Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.8.2:III.6.8.2 Cautio Socini
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.8.2
III.6.8.2 Cautio Socini
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624632:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook F. Schols 2000, p. 287-288.
Hof ’s-Gravenhage 11 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1253, r.o. 14-19.
Hof ’s-Gravenhage 11 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1253.
Hof ’s-Gravenhage 11 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1253, r.o. 20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De cautio Socini was een onder het oude erfrecht geoorloofde testamentaire clausule, die thans verdisconteerd is in het systeem van de legitieme portie (vgl. art. 4:63 lid 3 BW).1 Deze testamentaire clausule houdt een strafbepaling (ontbindende voorwaarde) in voor afstammelingen die met een beroep op hun legitieme portie zich tegen erflaters uiterste wil verzetten. Zij worden door dit verzet in de legitieme portie gesteld. In feite was de cautio Socini dus een clausule waarmee erflater de werking van een making aan een legitimaris, afhankelijk maakte van het al dan niet inroepen van zijn legitieme. Het betreft in feite dus een ontbindende voorwaarde die indirect afhankelijk is gesteld van andermans wil.
Onlangs wijdde het Hof Den Haag nog enkele woorden aan de cautio Socini en oordeelde dat deze clausule ook onder de vigeur van het huidige erfrecht een geldige rechtsfiguur is.2 In casu luidde de cautio Socini als volgt:
‘Indien een van mijn kinderen zich tegen enige bepaling van dit testament of tegen de uitvoering daarvan verzet, beperk ik het erfdeel van dat kind uitdrukkelijk tot zijn wettelijk erfdeel (legitieme portie). Het tengevolge hiervan vrijkomende gedeelte van mijn nalatenschap zal toekomen aan mijn echtgenote, die ik voor dat gedeelte alsdan tot erfgename benoem.’3
Het Hof ziet alle erfstellingen, in erflaters uiterste wil – zowel naar oud als naar nieuw recht – als voorwaardelijke erfstellingen. De echtgenote is onder opschortende voorwaarde tot erfgenaam benoemd en de erfgenaam-legitimaris die zich ‘verzet’ onder ontbindende voorwaarde.4 In paragraaf 6.5 kwam naar voren dat dergelijke voorwaardelijke erfstellingen in het erfrecht in beginsel zijn toegestaan. De aard van de erfstelling verzet zich anders gezegd niet tegen een voorwaardelijk karakter (art. 3:38 lid 1 BW jo. afdeling 4.5.5 BW). Voor een toelaatbare voorwaarde is voorts van belang dat er geen sprake is van strijd met art. 4:45 BW en dat, in beginsel, gehandeld wordt met inachtneming van de dertigjaarstermijn (art. 4:140 lid 1 jo. 4:141 BW).
Voor wat de toelaatbaarheid van een wilsafhankelijke voorwaarde betreft, is bovendien van belang dat met de voorwaarde niet in strijd wordt gehandeld met het wezen van de beschikking. Bijvoorbeeld doordat er niet gehandeld wordt met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid of op ontoelaatbare wijze wordt geknutseld aan de inhoud/aard van de uiterste wilsbeschikking (schema deel II van dit onderzoek). Met betrekking tot de hierboven geciteerde clausule kan reeds worden opgemerkt dat dit, te weten het op ontoelaatbare wijze knutselen aan de inhoud van de erfstellingen, niet het geval is. Weliswaar wordt er door deze strafbepaling indirect invloed uitgeoefend op de omvang van de erfdelen, doch deze wordt niet door een ander vastgesteld. De aard van de erfstelling verzet zich met andere woorden niet tegen het opnemen van een dergelijke strafbepaling. Indien een bepaalde erfstelling door het verzet niet werkt, heeft erflater namelijk bepaald dat: ‘het tengevolge hiervan vrijkomende gedeelte van mijn nalatenschap zal toekomen aan mijn echtgenote, die ik voor dat gedeelte alsdan tot erfgename benoem’. Van het verlenen van een delegatiebevoegdheid ten aanzien van het bepalen van de omvang van de erfdelen (vgl. paragraaf 5.2.4) is dan ook geen sprake.
Is dit anders voor wat de veel voorkomende renteclausule betreft, die afhankelijk is van andermans wil? Op de tenzij-renteclausule ga ik hierna nader in.