Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.2.2:5.2.2 Onderzoeksinstrumenten
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.2.2
5.2.2 Onderzoeksinstrumenten
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS441311:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals het Natura 2000-doelendocument.
Art. 19a, lid 1 en 3 Nbw 1998.
Art. 19a, lid 3, sub b Nbw 1998.
De wettelijke grondslag is te vinden in art. 19a, lid 1, 9 en 10 jo. Art. 19d, lid 2 Nbw 1998 Nbw 1998.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De analyse van de beheerplannen valt uiteen in twee delen; een procedurele analyse van de totstandkoming en een inhoudelijke analyse van beheerplannen op basis van de Nbw 1998. Daarbij zijn buitenwettelijke voorschriften en beleidsdocumenten buiten beschouwing gelaten.1 Er wordt dus geen integrale analyse van alle formele en materiële aspecten van de beheerplannen uitgevoerd. Dit heeft tot gevolg dat geen aandacht wordt besteed aan de Handreiking beheerplannen. In de praktijk wordt deze handreiking door het bevoegd gezag veelvuldig geraadpleegd bij de voorbereiding van beheerplannen. Hierbij moet worden aangetekend dat de belangrijkste vereisten met betrekking tot de vorm en inhoud van het beheerplan (wel) zijn vastgelegd in de Nbw 1998.
De procedurele onderzoeksvragen hebben alleen betrekking op de beheerplannen die zijn vastgesteld. Het is (nog) niet mogelijk om deze vragen te beantwoorden voor ontwerp-beheerplannen. De onderzoeksvragen zijn opgesteld op basis van de wettelijke vereisten met betrekking tot de totstandkoming van het beheerplan, en zijn als volgt geformuleerd:
Figuur 1: Procedurele onderzoeksvragen
Wie zijn betrokken geweest bij het vaststellen van het beheerplan?
Hoe lang heeft de totale procedure voor het vaststellen van het beheerplan (incl. de concept- en ontwerpversie) geduurd?
Zijn er zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-beheerplan? Zo ja, hoeveel?
Heeft dit geleid tot wijzigingen van het ontwerp-beheerplan? Zo ja, welke?
Is het beheerplan binnen de wettelijke termijn van artikel 19a, zevende lid Nbw 1998 vastgesteld?
De onderzoeksvragen 1.1 en 1.2 berusten op artikel 19a, zesde lid Nbw 1998. In die bepaling is vastgelegd dat ‘beheerplannen worden niet vastgesteld dan na overleg met de besturen van gemeenten en waterschappen op het grondgebied waarvan die beheerplannen betrekking hebben’. De vragen 1.3a en 1.3b zijn te herleiden tot artikel 19a, vijfde lid Nbw 1998. In dat wetsartikel is vastgelegd dat afdeling 3.4 Awb van toepassing is op de voorbereiding van een beheerplan. De laatste onderzoeksvraag heeft betrekking op de wettelijke termijn voor het vaststellen van beheerplannen.
De inhoudelijke onderzoeksvragen zijn gebaseerd op een aantal inhoudelijk vereisten zoals vastgelegd in de Nbw 1998. Er wordt getoetst op de aanwezigheid van instandhoudingsdoelstellingen, de uitvoering van de habitattoets, de regulering van bestaand gebruik en het gebruik van het beheerplan als toetsingskader en beleidsregel voor het beoordelen van aanvragen van een Nbw 1998-vergunning. De uitvoering van de habitattoets is strikt genomen een procedureel vereiste bij het vaststellen van een beheerplan. Dit element wordt in de inhoudelijke onderzoeksvragen opgenomen omdat de uitkomst van de habitattoets bepalend is voor de mogelijkheden om bestaand gebruik in een beheerplan te beschrijven. In voorkomende gevallen is het noodzakelijk om voor dat doel mitigerende of compenserende maatregelen te treffen. De inhoudelijke onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd:
Figuur 2: Inhoudelijke onderzoeksvragen
Bevat het beheerplan instandhoudingsmaatregelen?
Op welke manier zijn de instandhoudingsmaatregelen uitgewerkt?
Is de uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen gekoppeld aan referentiewaarden en/of een concrete tijdsplanning?
Bevat het beheerplan een raming van de kosten die gemoeid zijn bij de uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen?
Bevat het beheerplan een beschrijving van het bestaand gebruik?
Is ten behoeve van het vastleggen van het bestaand gebruik in het beheerplan een voortoets uitgevoerd en/of een passende beoordeling opgesteld?
Worden in het beheerplan vormen van bestaand gebruik beschreven waarop de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998 van toepassing is?
Worden in het beheerplan vormen van bestaand gebruik beschreven die in het geheel geen doorgang kunnen vinden?
Bevat het beheerplan een opsomming en/of omschrijving van activiteiten waarop de vergunningplicht van artikel 19d Nbw 1998 van toepassing is?
Bevat het beheerplan beleidsregels voor het beoordelen van aanvragen voor een Nbw vergunning?
Wordt het beheerplan in de praktijk gebruikt voor het beoordelen van aanvragen voor een Nbw 1998-vergunning?
De eerste vier onderzoeksvragen hebben betrekking op de verplichting om − voor zover noodzakelijk − in een beheerplan instandhoudingsmaatregelen op te nemen (artikel 19a, eerste en derde lid Nbw 1998).2 Daarbij moet een relatie worden gelegd met de beoogde resultaten.3 De Nbw 1998 stelt geen eisen aan de uitwerking van instandhoudingsmaatregelen. In het kader van dit onderzoek wordt hier wel aandacht aan besteed, omdat deze uitwerking van instandhoudingsmaatregelen (mede) bepalend is voor de mogelijkheden om de instandhoudingsdoelstellingen van de kwalificerende habitats en soorten in een Natura 2000-gebied te realiseren. Het beheerplan speelt daarnaast een belangrijke rol bij de regulering van het bestaand gebruik in het Natura 2000-gebied. Het beschrijven van bestaand gebruik in het beheerplan is alleen mogelijk na het uitvoeren van een habitattoets. Op vormen van bestaand gebruik die staan beschreven in het beheerplan is de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998 niet van toepassing. Deze aspecten van de relatie tussen het bestaand gebruik en het beheerplan komen aan de orde in onderzoeksvraag 5 tot en met 9.4 Het beheerplan kan ook worden gebruikt om vast te stellen of voor een bepaalde activiteit een Nbw 1998-vergunning nodig is. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Nbw 1998-vergunning moet het bevoegd gezag rekening houden met een vastgesteld beheerplan. Het is mogelijk om in een beheerplan ten behoeve van de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998, beleidsregels op te nemen. De relatie tussen de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998 en het beheerplan voor Natura 2000-gebieden komt aan de orde in onderzoeksvraag 9, 10 en 11.5