Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.3.2.1:6.3.2.1 Vergelding
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.3.2.1
6.3.2.1 Vergelding
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS464486:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens Knigge en Wolswijk moet onder vergelden worden verstaan het relateren van de straf aan onrecht en schuld, waarbij ‘nu eens het accent op het onrecht, de misdaad, [kan] liggen (daadvergelding) en dan weer op de schuld (schuldvergelding)’.1 Bij het bepalen van de eerdergenoemde bovengrens zal dus een beeld verkregen moeten worden van de mate van ernst van het onrecht (ook wel de wederrechtelijkheid) en de mate van verwijtbaarheid.
Wat verstaan we nu onder de (mate van) wederrechtelijkheid? Buruma onderkent hierin twee elementen, namelijk het gevolg (de veroorzaakte schade of het ontstane gevaar) en de aan de rechtsorde toegebrachte schok (de impact).2 Deze beide elementen, het schade-element en het impactelement, zal ik hierna spiegelen aan de fiscale vergrijp- en verzuimboeten.