Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.5.1
2.3.5.1 Organisatie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291081:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vanuit het oogpunt van een scheiding van de wetgevende en rechtelijke macht zijn er vraagtekens te plaatsen bij de voordracht van de kandidaat-rechter door de lidstaat. Dit klemt te meer, omdat - zoals hierna zal blijken – de rechter voor zijn herbenoeming afhankelijk is van de voordracht door de lidstaat (vgl. F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 92). Naar mijn mening zou de rechterlijke onafhankelijk beter gewaarborgd zijn indien de kandidaat-rechter (uit de betreffende lidstaat) door het Hof van Justitie of de hoogste rechtelijke instantie van een lidstaat zou worden voorgedragen.
F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 91. Ambtenbrink en Vedder merken hierbij op dat er geen regel is die voorschrijft dat de rechter uit een lidstaat die procespartij is zitting heeft.
Op grond van art. 252, eerste alinea VWEU wordt het Hof van Justitie bijgestaan door acht A-G’s, maar kan de Raad met eenparigheid van stemmen het aantal A-G’s verhogen. Omdat in de verdragen over de afkomst van de A-G niets geregeld is, zijn lidstaten overeengekomen dat Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk elk één permanente A-G voordragen en dat de andere lidstaten om de beurt de overige vijf A-G’s voordragen (F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 92). In verband met de Brexit is A-G Rantos, afkomstig uit Griekenland, met ingang van 10 september 2020 benoemd als vervanger van de uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige A-G Sharpston (https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2020/09/02/eu-court-of-justice-three-judges-and-an-advocategeneral-appointed/#, geraadpleegd op 2 april 2021). Hieruit maak ik op dat de andere lidstaten dan Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje voortaan om de beurt de overige zes A-G’s benoemen.
In het licht van die volkomen onpartijdigheid en onafhankelijkheid is het daarom een goede zaak dat in principe geen conclusie wordt genomen door een A-G uit een lidstaat die partij is in een prejudiciële of inbreukprocedure (vgl. T. Trimidas, ‘The Role of the Advocate General in the Development of Community Law: Some Reflections’, CMLR 1997, Volume 34, p. 1356).
HvJ EG 4 februari 2000, zaak C-17/98, ECLI:EU:C:2000:69 (Emesa Sugar (Free Zone) NV).
H. Sevenster en C. Wissels, ‘De advocaat-generaal bij het EU-hof: veldheer of verkenner’ in: M. Bosma e.a. (red.), De conclusie voorbij. Liber amicorum aangeboden aan Jaap Polak, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 114. Deze onderverdeling is door Sevenster en Wissels ontleend aan T. Trimidas, ‘The Role of the Advocate General in the Development of Community Law: Some Reflections’, CMLR 1997, Volume 34, p. 1358.
De invloed van een conclusie op de beraadslaging van het Hof van Justitie moet niet worden onderschat; zij vormt het startpunt van de beraadslaging. Dit blijkt uit de volgende door voormalig A-G Darmon vertelde anekdote: “(…) when Judge Bosco was acting president of the Court, there was an official visit by Queen Beatrix of the Netherlands. She asked Judge Bosco 'What do you do when you go and deliberate about a case?' And he replied, 'Well, Your Majesty, the first thing we do is we ask each other whether we're going to follow the opinion of the advocate general' (Interview with Eleanor Sharpston, Competition Law Insight 18 september 2012, https://www.competitionlawinsight.com/Interview/interview-with-eleanor-sharpston-58965.htm, geraadpleegd op 2 april 2021). Deze anekdote wordt ook aangehaald in K. Mortelmans, ‘The Court Under the Influence of its Advocates General: An Analysis of the Case Law on the Functioning of the Internal Market’, Yearbook of European Law, Volume 24, Issue 1, p. 140 en H. Sevenster en C. Wissels, ‘De advocaat-generaal bij het EU-hof: veldheer of verkenner’ in: M. Bosma e.a. (red.), De conclusie voorbij. Liber amicorum aangeboden aan Jaap Polak, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 114). Dat, zoals in de literatuur is gesteld, de uitspraken van het Hof van Justitie meestal in overeenstemming zijn met de conclusie van de A-G (T. Trimidas, ‘The Role of the Advocate General in the Development of Community Law: Some Reflections’, CMLR 1997, Volume 34, p. 1362 en H. Sevenster en C. Wissels, ‘De advocaat-generaal bij het EU-hof: veldheer of verkenner’ in: M. Bosma e.a. (red.), De conclusie voorbij. Liber amicorum aangeboden aan Jaap Polak, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 114-115) is in het licht van voormelde anekdote dan ook niet verwonderlijk te noemen.
Art. 20, vijfde alinea Statuut van het Hof van Justitie van de EU.
Art. 253, eerste alinea VWEU.
Dit comité brengt voordat tot benoeming wordt overgegaan aan de lidstaten een advies uit over de geschiktheid van de kandidaten voor de uitoefening van de ambten van rechter en A-G van het Hof van Justitie. Het comité bestaat uit zeven personen waarin voormalige leden van het Hof van Justitie en van het Gerecht, personen die de hoogste nationale rechterlijke ambten bekleden en personen die bekend staan als kundige rechtsgeleerden zitting hebben. Eén van de leden van het comité wordt voorgedragen door het Europees Parlement (art. 255 VWEU).
Art. 253, eerste alinea VWEU.
Vanuit het oogpunt van continuïteit schrijft art. 253, tweede alinea VWEU voor dat om de drie jaar een gedeeltelijke vervanging van de rechters en de advocaten-generaal plaatsvindt. Zie ook: art. 9 Statuut van het Hof van Justitie van de EU. Hoewel de ambtsperiode kort is, blijkt uit de presentatie van rechters en A-G’s op de website van het Hof van Justitie dat de meeste rechters en A-G’s één of meerdere keren herbenoemd zijn. Vanuit het oogpunt van efficiency (geen verspilling van opgedane kennis en ervaring als rechter of A-G) en continuïteit van de jurisprudentie is deze praktijk als wenselijk te bestempelen (vgl. M.E. van Hilten, ‘Naar een Europese belastingkamer’, NTFR 2003/736).
Art. 253, derde en vierde alinea VWEU en art. 9bis Statuut van het Hof van Justitie van de EU.
Art. 251, eerste alinea VWEU.
Voor de samenstelling en de voorzitter van de kamers zie: https://curia.europa.eu/jcms/jcms/Jo2_7029/nl/, geraadpleegd op 2 april 2021. De presidenten van de kamers van vijf rechters worden voor drie jaar gekozen en zijn eenmaal herbenoembaar (art. 16, eerste alinea Statuut van het Hof van Justitie van de EU). De presidenten voor de kamers van drie rechters worden voor één jaar benoemd (art. 12 lid 2 Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie van 25 september 2012, zoals gewijzigd op 18 juni 2013 en 19 juli 2016).
M.E. van Hilten, ‘Naar een Europese belastingkamer’, NTFR 2003/736.
D. Berlin, ‘Trends in the Tax Jurisprudence of the Court of Justice of the European Community’, EC Tax Review 1993/2, p. 80 en M.E. van Hilten, ‘Naar een Europese belastingkamer’, NTFR 2003/736. Prechal, rechter van het Hof van Justitie, is geen voorstander van permanente gespecialiseerde kamers in het Hof van Justitie, maar lijkt wel in te zijn voor een zekere specialisatie voor btw- en douanezaken: “I could imagine that VAT and custom cases could be put in a sort of specialized chamber for a while. However, the question is that you never really know whether in these type of cases a more horizontal or constitutional issue may arise.” (Interview with Judge Sacha Prechal of the European Court of Justice: Part I: Working at the CJEU, European Law Blog van 18 december 2013, https://europeanlawblog.eu/2013/12/18/interview-with-judge-sacha-prechalof-the-european-court-of-justice-part-i-working-at-the-cjeu/, geraadpleegd op 2 april 2021).
De rechter-rapporteur is primair verantwoordelijk voor het dossier, het schrijven van het voorlopig rapport en de processuele afwikkeling van de zaak en is de penvoerder bij het concipiëren van de uitspraak. De rechter-rapporteur is niet afkomstig uit een lidstaat die partij is in de prejudiciële procedure of inbreukprocedure (J. Althena,-Davidsen, L. van den Berge en E. Huijzer, ‘Over mensen die elkaar verstaan. Interview met Sacha Prechal’, AA 2012, p. 23). De nationale rechter die een prejudiciële vraag stelt zal er daarom rekening mee moeten houden dat de rechter-rapporteur niet op de hoogte is van het nationale recht in de betreffende lidstaat (Interview with Judge Sacha Prechal Part II: Cooperation with national judges, embedding the internal market and transparancy at the CJEU, European Law Blog van 19 december 2013, http://europeanlawblog.eu/2013/12/19/interview-with-judge-sacha-prechal-part-ii-cooperation-with-national-judges-embedding-the-internal-market-and-transparency-at-the-cjeu/, geraadpleegd op 2 april 2021).
Interview with Judge Sacha Prechal of the European Court of Justice: Part I: Working at the CJEU, European Law Blog van 18 december 2013, https://europeanlawblog.eu/2013/12/18/interview-withjudge-sacha-prechal-of-the-european-court-of-justice-part-i-working-at-the-cjeu/, geraadpleegd op 2 april 2021).
Art. 251, eerste alinea VWEU jo. art. 16, tweede en derde alinea Statuut van het Hof van Justitie van de EU.
Zie bijv. HvJ EG 14 juli 2005, zaak C-434/03, BNB 2005/284, m.nt. Van Zadelhoff (Charles/Charles-Tijmens) en HvJ EU 29 september 2015, zaak C-276/14, V-N 2015/53.11 (Gmina Wroclaw I).
Art. 16, vijfde alinea Statuut van het Hof van Justitie van de EU.
Het Hof van Justitie is de rechtsprekende instelling van de EU die tot taak heeft de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van de Verdragen te verzekeren.1 Op het gebied van de btw doet het Hof van Justitie zijn invloed met name gelden door uitspraken over de uitleg van de Btw-richtlijn in prejudiciële procedures en uitspraken in inbreukprocedures over het (niet) nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de Btw-richtlijn door een lidstaat. In de paragrafen 2.3.5.2 en 2.3.5.3 wordt op deze procedures nader ingegaan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de organisatie van het Hof van Justitie.
Het Hof van Justitie bestaat uit één rechter per lidstaat.2 Hoewel niet vereist, draagt in de praktijk iedere lidstaat een kandidaat uit eigen land voor.3 Een voor de hand liggende verklaring voor deze praktijk is dat een lidstaat het belangrijk vindt dat er in het Hof van Justitie een rechter is die op de hoogte is van de bijzonderheden van zijn nationale rechtsstelsel.4 Het Hof van Justitie wordt bijgestaan door 11 A-G’s.5 De A-G heeft tot taak in het openbaar in volkomen onpartijdigheid en onafhankelijkheid met redenen omkleed advies (de zogenoemde ‘conclusie’) te nemen.6 De conclusie van de A-G sluit de mondelinge behandeling af en vormt de inleiding op de beraadslaging van het Hof van Justitie.7 In de literatuur wordt de taak van de A-G onderscheiden in vier subtaken: het voorbereiden van de zaak (1), het doen van een gemotiveerd voorstel voor een oplossing van zaak (2), het plaatsen van de zaak in een bredere context (3) en het inslaan van nieuwe wegen (4).8 Hoewel een conclusie niet bindend is, is zij wel gezaghebbend.9 Wanneer het Hof van Justitie van oordeel is dat in de zaak geen nieuwe rechtsvraag aan de orde is, kan het – na het horen van de A-G – beslissen dat de zaak zonder conclusie van de A-G zal worden berecht.10 Bij een arrest dat niet voorafgegaan is door een conclusie is het daarom zaak te letten op de rechtsregel die bevestigd wordt.
Aan de rechters en A-G’s van het Hof van Justitie worden (dezelfde) hoge eisen gesteld. Zij worden gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden en aan alle gestelde eisen voldoen om in hun onderscheiden landen de hoogste rechterlijke ambten te bekleden, of die bekendstaan als kundige rechtsgeleerden.11 De door een lidstaat voorgedragen rechters en A-G’s worden in onderlinge overeenstemming door de regeringen van de lidstaten benoemd na raadpleging van een comité12 dat een advies uitbrengt over de geschiktheid van de voorgestelde kandidaten voor de uitoefening van de betrokken ambten.13 De benoeming is voor zes jaren met de mogelijkheid tot herbenoeming.14 De rechters van het Hof van Justitie kiezen uit hun midden een president en een vicepresident voor een periode van drie jaar met de mogelijkheid tot herkiesbaarheid.15 Het Hof van Justitie houdt zitting in kamers.16 Het Hof van Justitie heeft 10 kamers gevormd van drie of vijf rechters. De rechters die deel uitmaken van een kamer kiezen uit hun midden de kamerpresident.17 De zaken die binnenkomen lijken niet naar onderwerp te worden toebedeeld aan de verschillende kamers.18 Een kamer die alleen belastingzaken behandeld, een belastingkamer, heeft het Hof van Justitie dan ook niet.19 Wel is er een zekere ad hoc specialisatie door zaken over een bepaald onderwerp, bijv. de btw, gedurende een zekere tijd aan dezelfde rechter-rapporteur20 toe te wijzen.21
Het Hof komt niet alleen in kamers van drie of vijf rechters bijeen, maar kan ook als grote kamer bijeenkomen wanneer een lidstaat of een instelling die partij is in de zaak daarom verzoekt en wanneer het om bijzonder ingewikkelde of belangrijke zaken gaat.22 De grote kamer bestaat uit 15 rechters en wordt voorgezeten door de president van het Hof van Justitie. Ook de vicepresident en drie van de presidenten van de kamers met vijf rechters maken deel uit van de grote kamer. Tot op heden zijn er volgens de website van het Hof van Justitie 21 btw-arresten gewezen door de grote kamer, maar deze arresten hebben geen betrekking op de btw-behandeling van vastgoedtransacties.23 Het Hof van Justitie kan ten slotte ook in voltallige zitting bijeenkomen. Dit is in een aantal uitzonderlijke situaties voorgeschreven, maar het Hof kan dit ook doen indien het – na het horen van de A-G – de aanhangige zaak van uitzonderlijk belang acht.24 Tot op heden is het niet voorgekomen dat het Hof van Justitie een btw-zaak in een voltallige zitting heeft berecht.