Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/6.4
6.4 .nl-domeinnaamregistratie
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS397918:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Eindrapport Domeinnaamdebat 2006, zie www.sidn.nl. Het debat heeft volgens het rapport plaatsgevonden na een aantal 'fysieke' bijeenkomsten en via een uitgebreide website met een elektronisch discussieforum.
Van november 2005 tot mei 2006 is een debattenreeks gehouden waarin de visie van de lokale internetgemeenschap werd gevraagd met betrekking tot een aantal vraagstukken op het gebied van .nldomeinnamen. Het Domeinnaamdebat 2006 is georganiseerd door ECP.NL, het platform voor eNederland, in opdracht van de Stichting Internet Domeinnaamregistratie. Voorzitter was H. Franken. Ook was er een klankbordgroep ingericht met vertegenwoordigers van onder meer de lokale internetgemeenschap, belangenorganisaties, bedrijfsleven en overheid.
Dan iets over de Geschillenregeling, die in Nederland is gemodelleerd naar de UDRP Het gaat hier om de Regeling voor .nl domeinnaamregistratie, die de Stichting Internet Domeinnaamregistratie Nederland (SIDN) in het leven heeft geroepen.
Deelnemers zijn internetproviders en andere bedrijven die de registratie van .nl domeinnamen verzorgen en zijn aangesloten bij de SIDN. SIDN registreert .nl-domeinnamen op geautomatiseerde wijze. Er wordt daarbij niet gecontroleerd of de regietrant (domeinnaamhouder) inbreuk maakt op de rechten van iemand anders door de domeinnaam te registreren. De domeinnaamhouder moet verklaren dat hij geen inbreuk maakt. Wordt toch een inbreuk gemaakt op de rechten van een ander dan kan deze ander de rechter benaderen om de inbreuk ongedaan te maken en de inbreulcmaker te dwingen de domeinnaam op te geven of over te dragen. Met ingang van 29 januari 2003 bood SIDN als alternatief voor de gang naar de rechter de mogelijkheid om domeinnaamhouders via een arbitrageprocedure aan te spreken. Sinds 28 februari 2008 is er een gewijzigde regeling. Vanaf dat moment zijn alle domein-naamhouders op basis van hun registratie onderworpen aan een 'Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen', als een derde een eis op basis van deze regeling tegen hen indient. Derden die een dergelijke eis tegen een domeinnaamhouder indienen onderwerpen zich door indiening van de eis aan de Geschillenregeling en zijn daaraan gebonden. De nieuwe regeling is van toepassing op alle .nl-domeinnamen, in tegenstelling tot de oude regeling; deze was alleen toepasselijk op registraties van na 29 januari 2003 en op alle nadien van deelnemer verhuisde domeinnamen en namen waarvan de houder is gewijzigd. Hier was bij de oude regeling voor gekozen omdat het gebruik van de arbitrageprocedure de mogelijkheid om naar de gewone rechter te gaan uitsloot. De nieuwe geschillenregeling sluit die gang naar de rechter naast of in plaats van de regeling uitdrukkelijk niet uit (art. 20: 'Deelname aan deze geschillenregeling weerhoudt noch de verweerder noch de eiser ervan om het geschil buiten deze regeling om voor te leggen aan een bevoegde, onafhankelijke rechter').1
De nieuwe geschillenregeling kan niet meer als een arbitrageregeling worden beschouwd. Bij arbitrage hebben partijen hun geschil aan de gewone rechter willen onttrekken en dat is in de nieuwe regeling nu juist uitdrukkelijk niet zo.
Eisen kunnen volgens art. 2 worden ingesteld door iedereen die stelt en bewijst 'dat een domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan de eiser rechthebbende is, dan wel een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder eiser duurzaam aan het maatschappelijke verkeer deelneemt' én de domeinnaamhouder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de domeinnaam én de domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. De eiser moet aantonen dat de domeinnaamhouder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de domeinnaam.
Helemaal on-line spelen geschillen zich ook onder deze Geschillenregeling niet af; geschriften spelen bij deze regeling nog een belangrijke rol, zoals nog zal blijken.
Als geschilbeslechtingsinstituut treedt op het WIPO Arbitration and Mediation Center in Genève.
De eiser maakt een eis aanhangig bij het instituut door een eis op te stellen in overeenstemming met de regeling en conform een bepaald formulier en dient dit per e-mail in op het e-mailadres van het instituut. Daarnaast moet de eis in hardcopy in vijf origineel ondertekende exemplaren op het postadres van het instituut worden ingediend en een kopie aan de domeinnaamhouder worden gezonden. Voor het verweer geldt eenzelfde voorschrift.
Alle kennisgevingen, behalve de eis en het verweer, móeten via e-mail verlopen. Wanneer dat onmogelijk is, zo bepaalt art. 15.1, kunnen kennisgevingen plaatsvinden door afgifte tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per koerier, per fax of door ieder ander communicatiemiddel dat als bewijsmiddel kan dienen. Originele stukken worden aangetekend met bericht van ontvangst dan wel per koerier verstuurd aan het instituut en daar bewaard (art. 153).
Na de ontvangst van de eis en het verweerschrift benoemt het instituut een geschilbeslechter uit het bestand. Zodra het instituut een geschilbeslechter heeft benoemd is de behandeling verder in handen van deze persoon.
De geschilbeslechter legt, in principe binnen veertien dagen na het sluiten van de schriftelijke procedure dan wel na de mondelinge behandeling (die niet verplicht is), zijn oordeel vast in een schriftelijke uitspraak
Al met al geschiedt de 'geschilbeslechting' in wezen slechts voor een deel on-line en steunt men voor een belangrijk deel op geschriften.
Een overeenkomst met de regeling van de UDRP is dat het verloop van de procedure en de termijnen voor partijen zijn vastgelegd, waardoor de procedure binnen vijftig dagen moet kunnen zijn afgerond.
Een tweede overeenkomst is dat een modeleis en een modelverweerschrift als bijlagen bij de arbitrageregeling zijn opgenomen. De procedure speelt zich net als bij de UDRP voor een deel on-line af, maar niet helemaal.
Er is onder de oude regeling, die wél een arbitrageregeling was, een evaluatie gehouden.2 Daaruit blijkt dat sinds 2003 onder deze oude arbitrageregeling eenentwintig zaken aanhangig zijn gemaakt, waarvan er negen hebben geleid tot een arbitraal vonnis. De rapporteurs vinden dit een laag aantal. Als een belangrijke oorzaak daarvan wordt door hen gezien dat het aantal domeinnaamgeschillen sterk is gedaald sinds dit rechtsgebied in jurisprudentie is uitgekristalliseerd. De mogelijkheden om geld te verdienen aan domeinnaamkaping zijn sinds eind jaren negentig behoorlijk beperkt, waardoor er minder geschillen zijn. De advocaten die deelnamen aan het debat gaven aan dat veel geschillen niet tot een uitspraak leiden. Vaak zal iemand die een naam te kwader trouw heeft geregistreerd deze al overdragen na een brief van een advocaat of wanneer er beslag op een naam wordt gelegd. In sommige gevallen zal voor een fractie van het bedrag dat een procedure kost geschikt worden. Sinds 2003 hebben er wel meer dan 50 zaken voor de gewone rechter gediend, waarvan er 29 ook geschikt waren voor arbitrage, aldus het rapport.
Het blijkt dat de 'lokale internetgemeenschap', (dat zijn internetserviceproviders en bedrijven en instellingen die een internetadres hebben, alsook belangenverenigingen die de belangen van consumenten behartigen, die door middel van domeinnamen een weg vinden op het internet; ook de overheid is betrokken) van mening is dat deze arbitrageregeling onvoldoende aansloot bij haar behoeften; de regeling en de onderliggende rechtsgebieden vond men te complex. De deelnemers hadden geen kritiek ten aanzien van de zorgvuldigheid en deskundigheid van het arbitrageinstituut. Maar dit was voor hen geen reden om de arbitrageregeling te verkiezen boven een civiele rechtszaak, nu ook de meeste overheidsrechters domeinnaamkwesties prima kunnen beoordelen.
Geadviseerd werd de .nl arbitrageregeling te vervangen door een aangepaste versie van de internationaal veel gebruikte UDRP. De evaluatie heeft geleid tot het afschaffen van de arbitrageregeling en het in het leven roepen van de besproken nieuwe Geschillenregeling.3