De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.2.2:5.2.2 Het gezag van de leraar
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.2.2
5.2.2 Het gezag van de leraar
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949377:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 15 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694.
Lü en Hu 2021, p. 44.
Pace en Hemmings 2006, p. 3.
Lü en Hu 2021, p. 46.
Pace en Hemmings 2006, p. 3 en Lü en Hu 2021, p. 46.
T. Mahoney, ‘The relevance of Chester I. Barnard's teachings to contemporary management education’, International Journal of Organization Theory and Behavior, 5 (1), p. 164 C.I. Barnard, The functions of the executive, Cambridge: Harvard University Press 1946, p. 163.
Pace en Hemmings 2006, p. 4.
Pace en Hemmings 2006, p. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net zoals er een gezagsverhouding bestaat tussen het bevoegd gezag en de leraar, bestaat een dergelijke verhouding ook tussen de leraar en de leerling. De leraar bepaalt immers de structuur en inhoud van de lessen, bewaakt de orde in de klas, begeleidt de leerling in het leren en toetst of de leerling de onderwijsdoelen heeft bereikt. Onderwijs wordt immers gekenmerkt door een zekere mate van sturing en structurering van het leerproces.1 Een zekere mate van gezag van de leraar over de leerling is dan ook onontbeerlijk voor het onderwijs. Alvorens kort in te gaan op deze gezagsverhouding vanuit juridisch perspectief, wordt kort geschetst waar het gezag van de leraar op gebaseerd is. Deze schets is geenszins volledig, maar geeft wel een beeld van hoe het gezag van de leraar in de praktijk vorm krijgt.
Hoewel de leraar in het dagelijks leven in de klas gezag uitoefent, is hierover weinig bekend.2 Gezag in de klas is een lastig concept. Gezag kan worden gezien als een uitvloeisel van charismatisch leiderschap, maar kan ook staan voor een dominante stijl van sturen, uitgeoefend door diegenen met macht. Pace onderscheidt verschillende typen gezag:
Traditioneel gezag, gebaseerd op een lange traditie waaraan bepaalde personen een superieure status ontlenen.
Bureaucratisch gezag, gebaseerd op regels en beleid. Een bepaald persoon heeft gezag omdat hij een bepaalde functie uitoefent.
Charismatisch gezag, gebaseerd op heroïsch of voorbeeldig gedrag van bepaalde personen. Dit gezag is niet gebaseerd op regels, maar kan de leerling inspireren.
Professioneel gezag, gebaseerd op de individuele expertise. Waarbij degene die het gezag uitoefent en degene op wie dit gezag wordt uitgeoefend overeenstemmende doelen hebben.3
De eerste twee typen gezag worden ook wel institutioneel gezag genoemd, het derde en vierde type gezag worden ook wel persoonlijk gezag genoemd.4 Hoewel onderscheid gemaakt kan worden tussen de verschillende typen gezag, kan gezag in de echte wereld niet herleid worden tot één van de vier typen gezag.5 Degenen die daadwerkelijk gezag uitoefenen, kunnen aanspraak maken op een mix van verschillende gezagstypen. Dit geldt volgens Pace in het bijzonder voor de leraar die constant moet reageren op complexe situaties.
Barnard benadrukt dat gezag gebaseerd is op instemming.6 Er zijn vier voorwaarden om van instemming met een specifieke boodschap van het gezag te kunnen spreken:7de ondergeschikte 1) begrijpt het gezag, 2) ziet het als niet strijdig met organisatorische doelen, 3) gelooft dat dit verenigbaar is met zijn eigen belang en 4) is mentaal en fysiek in staat om eraan te voldoen. Volgens Pace zijn deze vier voorwaarden essentieel voor het leren in de klas. De leerling moet de doelen van de leraar acceptabel en haalbaar vinden om er echt bij betrokken te raken. Daarmee stemt hij impliciet of expliciet in met het gezag van de leraar.
Naast toestemming is het gezag van de leraar gebaseerd op een gedeelde morele orde van doelen, waarden en normen.8 Door deze gedeelde morele orde kan gezag volgens Pace worden onderscheiden van andere soorten controle, zoals dwang. Bij onderwijs zouden leerlingen volgens Pace niet gedwongen worden om iets te leren. De leraar zou vanuit zijn gezag invloed moeten uitoefenen op de leerling om hem iets bij te brengen. Pace erkent dat andere controlemiddelen zoals dwang soms wel onderdeel uitmaken van het onderwijs.