Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.3.1.3:12.3.1.3 Commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.3.1.3
12.3.1.3 Commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415677:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 236.
Par. 12.5; zie voorbeeld Rb. Middelburg 28 februari 2001, NIPR 2001, 140.
Anders: Polak 2005 (T&C Rv), art. 8 Rv, aant. 3d die lijkt te suggereren dat de Nederlandse rechter inspiratie met zoeken voor het begrip overeenkomst bij het arrest HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-21489, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279.
Meijer 2005, (T&C Rv), art. 1020 Rv, aant. 7.
Anders: Rb. Amsterdam 9 augustus 2000, NIPR 2001, 192.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Nederlandse commune internationaal privaatrecht komt een autonome defmitie voor van het begrip overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht. Meestal gaat men ervan uit dat het begrip 'overeenkomst' afhangt van het recht dat op de forumkeuze van toepassing is, de lex causae.1Ik verwijs naar par. 12.2 dat gaat over de vraag welk recht op een forumkeuze van toepassing is. Aan de hand van deze wet dient te worden bepaald of een overeenkomst bestaat. Daarbij staat de wilsovereenstemming centraal (met inbegrip van eventuele wilsgebreken).2
Naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht gaat het om de uitleg van het woord 'overeenkomst' in art. 8 eerste en tweede lid Rv over forumkeuze ten gunste van een Nederlandse respectievelijk vreemde rechter. Art. 8 Rv bepaalt immers dat partijen bij overeenkomst de rechtsmacht van de Nederlandse (lid 1) of vreemde rechter (lid 2) kunnen vestigen. De Memorie van Toelichting licht dit begrip niet toe. Mijns inziens is voor het begrip 'overeenkomst' de lex causae doorslaggevend. De rechter bepaalt derhalve eerst het toepasselijk recht op de forumkeuze. Aan de hand van het aldus gevonden materiële recht oordeelt de rechter of sprake is van een `overeenkomst'. De geadieerde rechter kan zijn eigen recht derhalve alleen toepassen, indien dat (mede) op de forumkeuze van toepassing is. Is de Nederlandse rechter geadieerd en is Nederlands recht — als lex causae — op de forumkeuze van toepassing, dan is in art. 8 Rv bedoeld een overeenkomst in de zin van Boek 6, Titel 5 BW. Deze titel omschrijft in art. 6: 213 BW een overeenkomst als een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan. Deze omschrijving past naadloos op de overeenkomst tot aanwijzing van een gerecht. Voor zover art. 8 Rv een regeling bevat — zoals over de vorm van de forumkeuze — is de algemene regeling van Boek 6 Titel 5 niet van toepassing. Voor een autonome betekenis van `overeenkomst' in de zin van art. 8 Rv zie ik geen aanleiding en evenmin voor een aanknoping bij het begrip 'overeenkomst' van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Een forumkeuze in statuten is derhalve geen overeenkomst in de zin van art. 8 Rv indien Nederlands recht van toepassing is, aangezien statuten naar Nederlands recht geen overeenkomst zijn.3 Opvallend is dat de wetgever over statuten geen bepaling heeft opgenomen zoals in art. 1020 lid 5 Rv. De laatste bepaling opent uitdrukkelijk de mogelijkheid voor een overeenkomst tot arbitrage in bindende statuten en reglementen. Hierdoor is een overeenkomst tot arbitrage in statuten van vennootschappen en rechtspersonen mogelijk.4 Art. 8 Rv laat dat niet toe, maar zodra art. 23 EEX-V°/17 Verdrag van toepassing is dan kan wel een forumkeuze in statuten of reglementen worden afgedwongen.
Naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht is de toestemming van beide partijen uitmondende in wilsovereenstemming cruciaal. Een overeenkomst over de bevoegde rechter is bijv. nog niet tot stand gekomen doordat partijen over hetzelfde onderwerp eerder in een ander land hebben geprocedeerd waarmee Nederland geen bevoegdheids- of executieverdrag heeft.5 Een wilsovereenstemming kan niet enkel uit deze omstandigheid worden afgeleid.