Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.6.2.1:7.6.2.1 Wet
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.6.2.1
7.6.2.1 Wet
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481153:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip genot is eveneens niet in de wet omschreven. Dat dit recht zeker deel uitmaakt van het eigendomsrecht moge wel blijken uit de visie van Meijers inhoudende dat de eigenaar gerechtigd is om van zijn eigendommen gebruik te maken zodanig dat het hem de grootste bevrediging schenkt.1 In de parlementaire geschiedenis, wordt herhaaldelijk gewezen op het bestaan ervan.2 Ook in de literatuur wordt algemeen het recht op genot aangenomen.3 Daarnaast wordt ter zake van het erfpachtsrecht in art. 5:89 opgemerkt
‘voorzover niet in de akte van vestiging anders bepaald heeft de erfpachter hetzelfde genot van de zaak als een eigenaar.’
Ten slotte moge nog worden verwezen naar art. 625 BW (oud) waarin het genotsrecht uitdrukkelijk wordt genoemd.