Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.3.4.3
10.3.4.3 Juridische fusie (Verschmelzung)
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401808:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uiteenzetting van de fiscale indeplaatstreding zie ook Rödder/Herlinghaus/ Van Lishaut, UmwStG, 2. Aufl. §12 Rz. 97-114. In Klingebiel/Patt/Rasche/Krause, Umwandlungssteuerrecht,Schäffer-Poeschel Verlag Stuttgart, 3e Auflage, wordt op blz. 102 beschreven dat er tussen de jurisprudentie, literatuur en Belastingdienst een theoretische discussie gaande is of er door de indeplaatstreding sprake is van een vervreemding of niet. In het UmwSt-besluit is in punt 04.14 het standpunt door de Belastingdienst ingenomen dat dit niet het geval is.
BMF-Pressemitteilung Nr. 89/2006 v. 12 juli 2006 en BT-DRs. 15/119, blz. 45.
Maiterth/Müller, Abschaffung der Verlustübernahme bei Verschmelzung von Körperschaften - steuersystematisch geboten oder fiskalisch motiviert? DStR 2006, blz. 1861; Rödder/ Herlinghaus/Van Lishaut, UmwStG, 2. Aufl. §12 UmwStG, Rz. 107 en de daarin opgenomen voetnoten 1, 2 en 3. Zie ook uitgebreid Rödder/Schumacher, Das kommende SEStEG - Teil II: Das geplante neue Umwandlungssteuergesetz - Der Regierungsentwurf eines Gesetzes über steuerliche Begleitmaßnahmen zur Einführung der Europäischen Gesellschaft und zur Änderung weiterer steuerrechtlicher Vorschriften, DStR 2006, blz. 1525, paragraaf 5.3.2.
Ook hier komt weer de vraag naar boven of toepassing van de Mindestbesteuerung niet leidt tot strijdigheid met de grondwet, omdat het immers zeker zal zijn dat de fuserende vennootschap haar verliezen definitief niet meer kan verrekenen. Zie Klingebiel/Patt/ Rasche/Krause, Umwandlungssteuerrecht, Schäffer-Poeschel Verlag Stuttgart, 3e Auflage, blz. 12.
Rödder/Herlinghaus/Van Lishaut, UmwStG, 2. Aufl. §13 Rz. 2a-2c.
De fiscale gevolgen van een juridische fusie tussen twee rechtspersonen zijn geregeld in deel 3 (§§11-13) UmwStG. De fuserende rechtspersoon moet in beginsel de waarde in het economische verkeer (gemeinen Wert) van de overgedragen vermogensbestanddelen in de slotbalans opnemen. Op verzoek kan er echter voor gekozen worden om de boekwaarde (Buchwert) of een tussenwaarde op te nemen in de slotbalans. De voorwaarden hiervoor zijn als volgt (§11 Abs. 2 UmwStG):
Het moet zijn zeker gesteld dat de vermogensbestanddelen (Wirtschaftsgüter) bij de overnemende vennootschap later onderhevig zijn aan Körperschaftsteuer.
Het heffingsrecht voor Duitsland wordt bij de overnemende rechtspersoon ten aanzien van de belastingheffing over de vervreemdingswinst niet uitgesloten of beperkt.
De overdrager mag geen tegenpresentatie verkrijgen, of alleen een tegenpresentatie bestaande uit aandelen (Gesellschaftsrechten) in de overnemende rechtspersoon.
De overnemende partij neemt de waarden van de slotbalans van de overdrager over en treedt in de plaats van de fiscale rechtspositie van de overdrager (§12 UmwStG). Dit wordt ook wel de Fußstapfentheorie genoemd.1 In de UmwStG is expliciet bepaald dat de fiscale indeplaatstreding geldt voor de waardering van de overgenomen activa, afschrijvingen (als een tussenwaarde wordt gekozen, worden de jaarlijkse afschrijvingen opnieuw vastgesteld) en fiscale reserves. De fiscale indeplaatstreding geldt niet ten aanzien van in de loop van het jaar ontstane verliezen en nog te verrekenen verliezen, nog niet in aanmerking genomen negatieve inkomsten, de in hoofdstuk 7.3.3.2. besproken doorgeschoven rente en EBITDA. Uit angst voor grensoverschrijdende verliesverrekeningsmogelijkheden en om ongewenste structuren tegen te gaan die een optimalisatie van verliesverrekening ten doel hebben, voerde de wetgever in 2006 de regeling in (zie hoofdstuk 10.3.2.) dat de fiscale indeplaatstreding niet meer gold (en geldt) ten aanzien van verliesverrekening.2 De wettelijke beperking dat verliezen achterblijven bij de overdrager en de argumentatie van de wetgever daarbij, leidde in de Duitse literatuur tot kritiek.3 Het verlies van de verliezen kan voor een deel worden ondervangen doordat de overdrager er voor kan kiezen om gedeeltelijk af te rekenen (voor zover het bedrag aan nog te verrekenen verliezen groot is). Echter, het in hoofdstuk 6.3.1 besproken systeem van Mindestbesteuerung, waardoor een winst in een jaar niet onbeperkt verrekenbaar is met nog te verrekenen verliezen, kan hier roet in het eten gooien.4
De aandeelhouder(s) van de overdragende vennootschap wordt geacht de aandelen te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer. Op verzoek worden de aandelen in de overnemende vennootschap gesteld op de boekwaarde (tussenwaarde is niet mogelijk) van de overdragende vennootschap indien het heffingsrecht voor Duitsland over de vervreemdingswinst van de aandelen niet uitgesloten is of wordt beperkt (§13 UmwStG). De keuze van de aandeelhouder(s) om op verzoek de boekwaarde door te schuiven staat los van de keuze van de fuserende vennootschappen voor afrekening of doorschuiving tegen boekwaarde of tussenwaarde.5
In Duitsland is het ook mogelijk dat een rechtspersoon wordt gefuseerd in een personenvennootschap of een onderneming van een natuurlijke persoon. De fiscale bepalingen rondom deze fusiemogelijkheid staan in §§ 3-10 UmwStG.