Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/1.2.4:1.2.4 Eigendom en overdracht van netten
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/1.2.4
1.2.4 Eigendom en overdracht van netten
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617288:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Van Velten 2003.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast vaststelling van de onroerende status van netten in de hiervoor genoemde arresten, was een ander wezenlijk onderdeel van die arresten de beantwoording van de vraag wie eigenaar was van het betreffende net. De eigendomsvraag rondom kabels en leidingen speelde in het minder recente verleden niet direct een grote rol. Dit hing samen met het feit dat kabel- en leidingnetwerken meestal door overheden in overheidsgrond waren aangelegd en door die zelfde overheden werden beheerd. Overdracht van een netwerk gebeurde zelden. Als er dan vragen gesteld werden rondom de omvang van de eigendom werd door middel van de leer van de verticale natrekking de eigendom geconstrueerd. In de praktijk leverde dit een bevredigende situatie op, althans het was een werkbare constructie zolang de eigendom van het netwerk en de eigendom van de grond waarin het netwerk was aangelegd in één hand bleven. Tijdens de totstandkoming van het NBW is een eventuele wettelijke regeling van de eigendom van netten wel ter sprake gekomen (zie par. 2.3.1.1), maar de noodzaak tot een dergelijke wettelijke regeling werd niet algemeen gedeeld. De laatste jaren is die eigendomsvraag betreffende netten echter weer gaan leven door onder meer privatisering van telecom- en energiebedrijven en dit bereikte een 'hoogtepunt' op het moment dat de Hoge Raad de onroerende status van ondergrondse (telecom)netten vaststelde. Omdat netten voornamelijk onder, in of op de grond zijn gelegen zou volgens 5:20 BW het net toebehoren aan de grondeigenaar, tenzij de wet anders bepaalt. Voor telecomnetnetten was een dergelijke (wettelijke) uitzondering gemaakt in de Tw (aanlegger blijft eigenaar, artikel 5.6 Tw (oud)). Voor alle andere netten ontbrak een dergelijke bepaling. Indien een netwerk, niet zijnde een telecommunicatienet, vele percelen doorkruist die aan evenzoveel eigenaren toebehoren dan zou, volgens de letter van de wet, iedere grondeigenaar tevens eigenaar zijn van een klein gedeelte van het net. De aanlegger of 'eigenaar' van het net zou dan in veel gevallen (of: voor bepaalde delen van het netwerk) buiten beeld blijven. Dit werd als een onwenselijke situatie beschouwd en dus werd de vraag naar een eenduidige regeling betreffende de eigendom van (onroerende) netten in andermans grond steeds luider.
Na de arresten van de Hoge Raad bestond duidelijkheid over de wijze waarop telecomnetten — als onroerende zaken/registergoederen — moesten worden overgedragen of bezwaard (conform artikel 3:89 BW). Ten aanzien van alle andere leidingen was nog de vraag of de hiervoor genoemde wijze van overdracht ook zou gelden. In de praktijk leverde inschrijving van (telecom)netten, in tegenstelling tot wat de Hoge Raad hierover oordeelde,1 nog wel enige praktische problemen op. Netwerken zijn vaak vele kilometers lang en doorkruisen vele percelen. Het opsporen en vermelden van de liggingsgegevens van een net in de akte zouden een lastige opgave zijn. Om een alternatief te bieden voor het uitgebreid beschrijven van de ligging van het net (o.a. door het noemen van alle kadastrale percelen waarin het net is gelegen), werd al snel de mogelijkheid geboden om bij inschrijving van een akte tevens een nettekening aan te bieden waarop de ligging van het betreffende net (geografisch) is weergegeven (zie hoofdstuk 7).
Samenvattend: de hiervoor beschreven gebeurtenissen die begin 21e eeuw plaats hebben gevonden en deels nog plaatsvinden, hebben grotendeels de problematiek over (voornamelijk ondergrondse) netten weer helemaal terug op de kaart gezet. Hierdoor is in een relatief korte tijd wetgeving tot stand gekomen die een ruim scala aan onderwerpen regelt dat betrekking heeft op (ondergrondse) netten. Op één van die onderwerpen — de eigendom van (ondergrondse) netten — zal dus in de hierna volgende hoofdstukken de nadruk liggen.