De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.5.2:5.5.2 Definitie
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.5.2
5.5.2 Definitie
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701888:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 24 mei 1989, ECLI:NL:XX:1989:AD0800, NJ 1990/627 (Hauschildt/Denemarken). Zie ook: De Groot & Elbers 2008, p. 18.
Bovend’Eert & Kortmann 2013, § 3.2.
Bovend’Eert & Kortmann 2013, § 3.3.
EHRM 5 juli 2007, ECLI:NL:XX:2007:BB5086, NJ 2010/323, § 47-48 (Sara Lind Eggertsdóttir/IJsland); HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:523, NJ 2015/254, r.o. 3.4.1 (Jennissen/Staat).
Van Dijk, NJB 1997, p. 1213 e.v
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de definitie van onpartijdigheid dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de subjectieve en de objectieve onpartijdigheid.1 Bij de subjectieve onpartijdigheid staat de persoonlijke instelling – vooringenomenheid – van de deskundige centraal.2 Persoonlijke vooringenomenheid kan bijvoorbeeld blijken uit bepaalde gedragingen en uitlatingen of persoonlijke bekendheid met procespartijen. De objectieve onpartijdigheid abstraheert daarentegen van de persoonlijke instelling van de deskundige en vereist dat de deskundige voldoende waarborgen biedt om elke gerechtvaardigde, naar buiten toe kenbare, twijfel aan zijn onpartijdigheid uit te sluiten.3 Het gaat bij de objectieve onpartijdigheid dus om de indruk – schijn – die bij procespartijen wordt gewekt. Aan de vrees van een partij dat een deskundige partijdig is, komt weliswaar enig gewicht toe, maar dat is niet doorslaggevend. Wél doorslaggevend is of de twijfels die door de schijn van partijdigheid worden gewekt, naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd zijn.4
Indien in de praktijk de onpartijdigheid van de schadedeskundige ter discussie wordt gesteld, is dat vrijwel altijd de objectieve onpartijdigheid. Zulks is verklaarbaar. Het debat omtrent de objectieve onpartijdigheid vindt immers plaats aan de hand van objectieve – naar buiten toe zichtbare – feiten en omstandigheden, terwijl een adequate beoordeling van de subjectieve onpartijdigheid een kijkje in de ziel van de deskundige zou vergen.5