Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/III.2.5.2
III.2.5.2. Het karakter van het Erbverzichtsvertrag
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS579104:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Palandt-Edenhofer, BGB, vor § 2346, Rn. 5 e.v. Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 1140 spreekt wel van een ‘negativer Erbvertrag’, zonder daarbij uit het oog te verliezen dat sprake is van ‘ein Rechtsgeschäft unter Lebenden auf denTodesfall […].’
Ebenroth, Erbrecht, Rn. 362.
Palandt-Edenhofer, BGB, vor § 2346, Rn. 10.
Ebenroth, Erbrecht, Rn. 363. Palandt-Edenhofer, BGB, § 2348, Rn. 1. Men kan hierover ook anders denken. Zie Schlüter, Erbrecht, Rn. 403 en de daar aangehaalde literatuur en jurisprudentie, waaruit blijkt dat sommigen van mening zijn dat deze vóórovereenkomst niet notarieel hoeft te zijn.
Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 1153.
Schlüter, Erbrecht, Rn. 411.
Lange/Kuchinke, Erbrecht, p. 183.
Palandt-Edenhofer, BGB, vor § 2346, Rn. 1 en MünchKomm – Strobel, § 2346, Rn. 11.
MünchKomm – Strobel, § 2346, Rn. 4.
Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 1153.
Ebenroth, Erbrecht, Rn. 368 spreekt van heersende leer. Zie ook Lange/Kuchinke, Erbrecht, p. 188. Een eventuele tegenprestatie wordt wel fiscaal belast, § 7 Abs. 1 nr. 5 Erbschaftsteuer-und Schenkungsteuergesetz.
Palandt-Edenhofer, BGB, § 2325, Rn. 14 en MünchKomm – Lange, § 2325, Rn. 17. In Lange/Kuchinke Erbrecht, p. 188 e.v. leest men: ‘Im Verhältnis zum Pflichtteilsberechtigten handelt es sich jedoch insoweit um eine Schenkung, als die Abfindung das den Umständen entsprechende Maβ grobübersteigt, so daβ Pflichtteilsergänzungsansprüche in Betracht kommen […]. Der Kern des Problems liegt in der Frage, ob die Erbchance ein bewertbares Gut ist, welche Bewertungsmaβstäbe und welcher Zeitpunkt für die Bewertung gegebenenfalls zugrunde zu legen sind.’ Het Bundesgerichtshof heeft nog niet over deze materie geoordeeld, aldus Lange/Kuchinke Erbrecht, p. 937.
Het Erbverzichtsvertrag is niet, zoals een Erbvertrag, een uiterste wilsbeschikking, doch een rechtshandeling onder levenden, met werking na overlijden, waarop in beginsel de algemene regels van het overeenkomstenrecht van toepassing zijn. Het is derhalve ook geen negatieve erfovereenkomst.1 Vaak zal de afstand van de erfrechtelijke bevoegdheden geschieden als een tegenprestatie, hoewel dit geen vereiste is. De vraag die dan als gevolg van het abstracte karakter van de afstand gesteld zal worden, is wat met de afstand gebeurt indien de tegenprestatie niet – of niet deugdelijk volgt.2 Op zich vervalt de afstand dan niet. Dit ongewenste gevolg wordt voorkomen door een soort vóórovereenkomst (Grundgeschäft)3 te sluiten, dan wel aan te nemen, die tot de beide prestaties (afstand erfgenaam, prestatie erflater) verplicht en op grond waarvan bij tekortkomingen geageerd kan worden. Een dergelijke overeenkomst behoeft, net als het Erbverzichtsvertrag zelf, de notariële vorm (§ 2348 BGB).4 Het verbod van § 2302 BGB komt niet in beeld omdat het maken van een uiterste wilsbeschikking hier niet het onderwerp van de overeenkomst is.5 De afstand kan overigens onder voorwaarde geschieden.6
Er wordt afstand gedaan van rechten (bijvoorbeeld het erfgenaamschap), welke men nog niet heeft. Betoogd kan worden dat afstand wordt gedaan van de ‘kans om te erven’.7 Anderen zien het (toekomstige) erfdeel of de legitieme als voorwerp van overeenkomst.8
§ 517 BGB zegt ook iets over het karakter van het Erbverzicht:
‘Eine Schenkung liegt nicht vor, wenn jemand zum Vorteil eines anderen einen Vermögenserwerb unterlässt oder auf ein angefallenes, noch nicht endgültig erworbenes Recht verzichtet (curs. FS) oder eine Erbschaft oder ein Vermächtnis ausschlägt.’
Het afstand doen is derhalve geen schenking, ook al geschiedt de afstand om niet.9
Nieder beargumenteert dit als volgt:
‘[…], da nur eine Chance und kein subjektives Recht aufgegebenwird […].’
10 Anderzijds is het betalen van een eventuele ‘afkoop’ van degene met erfrechtelijke aanspraken in beginsel eveneens geen schenking,11 doch op dit onderdeel zijn er ook andere geluiden te horen.12