Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/6.2.2.1:6.2.2.1 Gevolgen voor de positie van het slachtoffer
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/6.2.2.1
6.2.2.1 Gevolgen voor de positie van het slachtoffer
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946210:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 11.
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 8.
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 8-9.
Groenhuijsen 2018, p. 171.
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 87.
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 94.
Kamerstukken II 2022-2023, 36 327, nr. 3, p. 12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de memorie van toelichting bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering is vastgesteld dat de emancipatie van het slachtoffer het denken over het strafproces ingrijpend heeft gewijzigd.1 In dat kader is vermeld dat “de doelstellingen van het strafprocesrecht zijn verbreed”.2 De wetgever stelt evenwel ook vast dat dit tot op heden nog onvoldoende zijn uitwerking heeft gehad op de uitgangspunten en systematiek van het Wetboek van Strafvordering. Volgens de wetgever vraagt de huidige tijd om een strafprocesrecht dat mede tot doel heeft de rechten en belangen van de burger – in de hoedanigheid van verdachte én slachtoffer – te eerbiedigen.3
Tegen deze achtergrond is één van de voorgestelde inleidende bepalingen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering concreet gewijd aan de positie van het slachtoffer. Art. 1.1.4 schrijft voor dat strafvordering plaatsheeft “op een wijze die recht doet aan de belangen van het slachtoffer”. Deze meeromvattende bepaling zal art. 51aa en 288a Sv vervangen waarin thans is bepaald dat respectievelijk de officier van justitie en de voorzitter ter terechtzitting zorgdragen voor een correcte bejegening van het slachtoffer. 4Voornoemd wetsartikel maakt in het wetsvoorstel deel uit van de inleidende bepalingen die in de memorie van toelichting zijn aangeduid als beginselen die de strafvordering beheersen. 5Volgens de wetgever wordt hiermee benadrukt “dat de strafrechtelijke autoriteiten zich ten allen tijde rekenschap geven van de belangen van het slachtoffer”. Dit maakt ook dat het strafprocesrecht niet alleen bevoegdheden toekent aan het slachtoffer, maar dat het strafproces an sich zo moet zijn ingericht dat het slachtoffer niet nogmaals slachtoffer wordt, ditmaal van het strafproces. 6
Naast de hiervoor omschreven beginselbepaling is het vijfde hoofdstuk van Boek 1 specifiek gewijd aan de rechten van het slachtoffer. De rechtspositie van het slachtoffer zal daarnaast op andere plaatsen in het nieuwe wetboek worden verbeterd. Waar het huidige art. 12 Sv bijvoorbeeld de mogelijkheid aan een belanghebbende biedt om zich te beklagen over het achterwege blijven van vervolging, zal het nieuwe Wetboek van Strafvordering in art. 3.2.1 ook voorzien in de mogelijkheid om expliciet te klagen over het achterwege blijven van opsporing.7