Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/6.3.2
3.2 Organizing en corporate campaigns
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS385231:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
Kloosterboer 2007, p. 43.
Kloosterboer 2007, p. 44.
Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht, 30 maart 2009, JAR 2009/124. De schoonmaakbranche is met regelmaat onderhevig geweest aan collectieve actie, zie bijvoorbeeld ook Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 11 april 2003, JAR 2003/102.
“Schoonmaakparlement geeft nooit toe”, NRC Handelsblad, 25 oktober 2011. Zie over aspecten van organizing in de schoonmaakbranche uitgebreid Heuts 2011.
Hoge Raad 23 april 2013, JAR 2013/161 m.nt. J.J.M. de Laat.
FNV Bondgenoten, Eindrapport organizing in beweging (niet gepubliceerd; samengevat in NRC Handelsblad, 19 maart 2013). Zie voor de kosten van organizing het meerjarenplan FNV Bondgenoten; Krachtige mensen, samen sterker: editie 2013, www.fnvbondgenoten.nl.
Manheim 2005, p. 7.
Kloosterboer 2007, p. 46.
Manheim 2005, p. 31.
‘De vakbonden roeren zich bij Ahold’, het Financieele Dagblad, 21 april 2011, en ‘Help de superactivist meldt zich op de jaarvergadering’, het Financieele Dagblad, 21 april 2012.
Abma 2009. Zie over werknemers en beloningsverhoudingen aan de top verder Van Slooten 2005 en Holtzer 2012.
In het voorgaande heb ik de aandacht vooral gericht op stakingen, maar dit is zeker niet de enige vorm van collectieve actie. In de praktijk komen varianten voor als ludieke acties, stiptheids- of langzaamaanacties, tot en met de zwaarste vorm: de bedrijfsbezetting. Het afnemende draagvlak van de vakorganisaties in de Nederlandse samenleving heeft hen ertoe gebracht deze en andere vormen van collectieve actie te heroverwegen en na te denken over nieuwe strategieën. Daartoe hebben zij contact gezocht met wereldwijde vakorganisaties als UNI Global Union,1 the International Union of Food workers (IUF)2 en de European Trade Union Confederation (ETUC).3 De belangrijkste nieuwe strategieën uit deze samenwerking worden organizing en corporate campaigns genoemd.4
‘Organizing’ is een verzamelterm voor verschillende vormen van voorbereiding, overleg en collectieve actie, die hoofdzakelijk bestaat uit het mobiliseren van werknemers op de werkvloer. In de onderneming worden activisten of leiders aangesteld, die tot doel hebben een netwerk van medewerkers op te bouwen en gedetailleerde informatie te verzamelen. Deze informatie omvat onder meer wie binnen de onderneming werkzaam is, welk werk medewerkers verrichten, waar zij elkaar ontmoeten, hoe zij hun werk ervaren en wie de potentiële activisten binnen de groep zijn.5 Met de zo verkregen informatie kunnen collectieve acties over bepaalde thema’s worden gevoerd.
In 2010 leidde dit tot een grote collectieve actie in de schoonmaakbranche. Vastgelopen onderhandelingen over de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf leidde in het voorjaar van dat jaar tot een wekenlange staking. Deze begon bij schoonmakers die voor de Nederlandse Spoorwegen werkten en breidde zich later uit naar schoonmaakpersoneel op Schiphol en bij het UWV. De Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht oordeelde dat deze staking niet onrechtmatig was, nu het in beginsel aan de vakbonden voorbehouden is om zich een oordeel te vormen over de vraag of een collectieve actie als uiterste redmiddel is gebruikt. In dit geval had de vakbond te kennen gegeven dat zij het personeel zou oproepen om noodzakelijke veiligheidscontroles uit te voeren, zodat de veiligheid niet in het geding was.6 De acties in de schoonmaakbranche gingen gepaard met veel publiciteit en de oprichting van een zogenaamd ‘schoonmaakparlement’ door FNV Bondgenoten. Uit 3000 schoonmakers werden 75 vertegenwoordigers gekozen, die tot taak hadden overleg te voeren met de FNV-bestuurders over de onderhandelingen.7
Deze acties leidden voorts tot een strafrechtelijke procedure jegens de heer Hoogenboom, die voor FNV Bondgenoten als organizer bij de stakingsactie op Schiphol betrokken was. Een onderdeel van die actie was het langsgaan bij verschillende ondernemingen waarvan werknemers aan de staking deelnamen, met als doel het standpunt van de stakers jegens het bestuur kenbaar te maken. Om die reden werd een bezoek gebracht aan het hoofdkantoor van Asito, waar de organizer met een groep van ongeveer 200 personen binnentrad en zich verstond met de leidinggevende ter plaatse, hetgeen leidde tot animositeit tussen het daar aanwezige personeel en de stakers. Het hof oordeelde dat weliswaar inbreuk was gemaakt op het in artikel 138 Wetboek van Strafrecht beschermde recht van Asito (lokaalvredebreuk), maar dat die inbreuk beperkt was geweest en gerechtvaardigd werd door artikel 6 lid 4 van het ESH.
Daarnaast was aan de verdachte niet uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij niet binnen mocht komen en bleef hij deel uitmaken van de groep van ongeveer 200 personen die de stakers vormden. De Hoge Raad verwierp het beroep tegen dit oordeel van het hof.8
In een interne evaluatie uit maart 2013 concludeerde FNV Bondgenoten dat de belangrijkste doelstelling van organizing niet was gehaald: de kosten van de campagnes waren hoog en in de periode vanaf 2010 waren 7000 leden gewonnen, tegenover een uitstroom van 6000 leden.9
Het onderscheid tussen organizing en corporate campaigns is niet eenvoudig. De laatste term lijkt vooral te worden gebruikt voor internationale campagnes tegen een specifiek concern. Manheim beschrijft een corporate campaign als: “(…) a multifaceted and often long-running attack on the business relationships on which a corporation (or an industry) depends for its well-being and success. It is a highly sophisticated form of warfare, in which a target company is subjected to diverse attacks – legislative, regulatory, legal, economic, physiological – the function of which is to so thoroughly undermine confidence in the company that it is no longer able to do business as usual.”10 Kloosterboer geeft een vergelijkbare omschrijving: “Besides conductive research, a position of power must be built. (…) In order to be able to create pressure, a ‘power web’ analysis must be made of the target and its relations with the outer world. Such an analysis can help to identify multiple points of leverage that maybe used to get the target to move.” Volgens hem dient deze analyse onder meer betrekking te hebben op de relatie tussen de vennootschap en haar aandeelhouders, financiers, werknemers, cliënten en de media.11 Dat laatste gebeurt volgens Manheim vooral doordat corporate campaigns zich op de institutionele aandeelhouders van de vennootschap richten, teneinde de druk op het bestuur en de raad van commissarissen te vergroten.12
Corporate campaigns zoals hier beschreven lijken zich in Nederland niet vaak te hebben voorgedaan. In 2011 en 2012 meldden de Amerikaanse vakorganisatie UFWC, the Teamsters en later ook FNV Bondgenoten zich op de algemene vergadering van Ahold. De inzet van die inmenging was het aan de orde stellen van afspraken over loonsverhogingen voor werknemers in de distributiecentra voor versproducten in de Verenigde Staten.13
Als voorbeeld kan wellicht ook worden genoemd de druk die de vakorganisaties hebben uitgeoefend op het bezoldigingsbeleid van DSM in 2009, terwijl aandeelhouders positief waren over het voorstel. DSM stelde voor om de prestatiecriteria voor de toekenning van aandelen te wijzigen, zodanig dat bij prestatie onder een bepaald niveau de voorwaardelijk toegekende aandelen zouden vervallen. Om de verwachte waarde van de langetermijnbonus gelijk te houden, werd voorgesteld bij prestaties boven niveau meer aandelen aan bestuurders toe te kennen. Dat laatste stuitte op weerstand van de vakorganisaties, die te kennen gaven de salariseisen in onderhandelingen over de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst te zullen verhogen als het voorstel zou worden gehandhaafd. Onder die druk heeft DSM het voorstel ingetrokken. Volgens Abma blijkt hieruit dat werknemers in de praktijk hun invloed op bezoldigingsvoorstellen kunnen doen gelden.14 Dit geval heeft voor mij uiteindelijk een te incidenteel karakter om als een goed voorbeeld van een corporate campaign te gelden.