Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.3.3:8.2.3.3.3 Bezittingentoets
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.3.3
8.2.3.3.3 Bezittingentoets
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398318:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bezittingentoets (art. 13 lid 11b jo. art. art. 13 lid 12 en 13 Wet VPB 1969) houdt in dat getoetst wordt of de bezittingen van de deelneming doorgaans voor 50% of meer (middellijk of onmiddellijk) bestaan uit “vrije beleggingen’’. Passieve concernfinancierings- en terbeschikkingstellingswerkzaamheden worden uitdrukkelijk begrepen onder beleggen.1 De beoordeling of de bezittingen van een deelneming, onmiddellijk of middellijk, doorgaans voor minder dan de helft bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen, vindt plaats aan de hand van een toerekeningsbalans. Alleen de activa (bezittingen) worden op deze toerekeningsbalans opgenomen. In de praktijk leidt toepassing van de bezittingentoets vaak tot een administratieve last, aangezien onder andere bij het opstellen van de toerekeningsbalans ook de balansen van alle (sub)deelnemingen van de deelneming van belang zijn. Voor de toepassing van de bezittingentoets moet rekening gehouden worden met de zogenoemde “rotte-appelbenadering’’ (art. 13 lid 11b Wet VPB 1969 laatste volzin). Dit houdt in dat indien een lichaam ten minste 70% “goede’’ bezittingen heeft, alle bezittingen – met uitzondering van de deelnemingen – als “niet-laagbelaste vrije belegging’’ op de toerekeningsbalans worden opgenomen.2