Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/I:Deel I Inkadering bestuursrechtelijke en civielrechtelijke vertrouwensbescherming
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/I
Deel I Inkadering bestuursrechtelijke en civielrechtelijke vertrouwensbescherming
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685345:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de interne rechtsvergelijking is het eerst nodig om vast te stellen wat de te vergelijken rechtskaders en rechtsfiguren zijn waarmee (het gevolg van) een schending van gerechtvaardigd vertrouwen wordt vastgesteld. In dit eerste deel beschrijf ik daarom de theorie van vertrouwensbescherming jegens de overheid in het bestuursrecht (hoofdstuk 2) en het civiele recht (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 2 plaats ik het vertrouwensbeginsel in een breed perspectief en in hoofdstuk 3 zet ik de verschillende door de civiele rechter gehanteerde juridische kaders voor vertrouwensbescherming jegens de overheid uiteen.
In de bestuursrechtspraak is sinds de jaren 70 van de 20e eeuw het vertrouwensbeginsel ontwikkeld, het beginsel op grond waarvan bestuursorganen gewekte verwachtingen moeten honoreren. Omdat in het bestuursrecht een besluit altijd de rechtsingang vormt tot het aanwenden van rechtsmiddelen, kan een vertrouwensschending slechts met succes worden aangevochten bij de bestuursrechter indien zij plaatsvindt in het kader van (de voorbereiding van) een appellabel besluit (artikel 7:1 en artikel 8:1 Awb).
In het civiele recht is er niet één beginsel waarop de burger zich bij een schending van vertrouwen kan beroepen en is evenmin sprake van één soort handeling waar de procedure om draait zoals het bestuursrechtelijke appellabele besluit. In afzonderlijke leerstukken is vertrouwen aan de orde. Te denken valt aan maatschappelijke zorgvuldigheid, pacta sunt servanda of de wilsvertrouwensleer bij de totstandkoming van rechtshandelingen. Ik maak – uitgaande van bevoegdhedenovereenkomsten, toezeggingen en inlichtingen – een onderscheid tussen vertrouwen op de (i) aanwezigheid van een rechtshandeling, (ii) nakoming van de verplichtingen uit een rechtshandeling en (iii) juistheid en volledigheid van inlichtingen.
Het bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel is ontwikkeld tegen de achtergrond van bescherming van burgers tegen willekeurig eenzijdig overheidshandelen door een uitbreiding van rechterlijke toetsingsgronden aan behoorlijkheidsnormen. In het civiele recht zijn de verschillende leerstukken van vertrouwensbescherming ontwikkeld in de context van twee gelijkwaardige partijen die over dezelfde bevoegdheden beschikken en in vrijheid kunnen handelen. Dezelfde leerstukken gelden voor een privaatrechtelijk handelende overheid, met de aantekening dat zij vaak een bijzondere ‘overheidseigen’ invulling krijgen.
Uit dit eerste deel volgt dat voor een procedure bij de bestuurs- dan wel civiele rechter verschillende eisen gelden. Waar de bestuursrechtelijke procedure draait om een appellabel besluit over de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden en de belanghebbende slechts om vernietiging van dit besluit (en indien een besluit wordt vernietigd: eventueel schadevergoeding) kan verzoeken, kunnen bij de civiele rechter zowel rechts- als feitelijke handelingen ter discussie staan en verschillende vorderingen (te weten nakoming en schadevergoeding op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad) worden ingesteld.
2 De totstandkoming van het vertrouwensbeginsel in het bestuursrecht3 Het juridisch kader van vertrouwensbescherming in het civiele recht