Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/V:Deel V Synthese: overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/V
Deel V Synthese: overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685482:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit laatste deel breng ik de in de vorige hoofdstukken geschetste lijnen, constateringen en conclusies samen. Dit onderzoek behelst een interne rechtsvergelijking van het bestuursrecht en het civiele recht ten aanzien van overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen.
Ik heb in de voorgaande vier delen uiteengezet welke bestuursrechtelijke en civielrechtelijke mogelijkheden een burger heeft indien hij meent dat zijn gerechtvaardigd vertrouwen op nakoming of juistheid van overheidsuitlatingen in de vorm van bevoegdhedenovereenkomsten, eenzijdige toezeggingen of inlichtingen is geschonden. Voor alle door de bestuursrechter en civiele rechter gehanteerde rechtsfiguren moet sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen om rechtsgevolgen aan een schending daarvan te kunnen verbinden. De criteria om gerechtvaardigd vertrouwen aan te nemen zijn bij de bestuursrechter en de civiele rechter nagenoeg dezelfde. Een burger moet een concrete uitlating van de overheid aantonen die voldoende is toegespitst op zijn situatie en aan de juistheid waarvan niet hoefde te worden getwijfeld. Naast de concreetheid van de uitlating, is het belangrijkste speerpunt om gerechtvaardigd vertrouwen aan te kunnen nemen de bevoegdheid of deskundigheid van de persoon van wie de uitlating afkomstig is. In dat kader geldt dat de wettelijke bevoegdheidsverdeling van overheden – inclusief mandaat- en volmachtbesluiten waaruit de bevoegdheid van concrete overheidsfunctionarissen kan worden afgeleid – als algemeen bekend, althans opzoekbaar, wordt beschouwd. Dit leidt ertoe dat op onbevoegde uitlatingen niet snel gerechtvaardigd kan worden vertrouwd aldus dat dit leidt tot vernietiging van een besluit of een nakomings- of schadevergoedingsplicht van de overheid. Bij beide rechters geldt bovendien dat gelet op de beleidsvrijheid van de overheid en het algemeen belang waarmee de overheid altijd rekening moet houden, nakoming in de vorm van bepaalde publiekrechtelijke besluitvorming of daarmee samenhangend overheidshandelen slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden afgedwongen. Vaak kan een teleurgestelde burger slechts een vergoeding van schade wegens een schending van het vertrouwensbeginsel, wanprestatie of onrechtmatig overheidshandelen verkrijgen.
De analyse van de bestuursrechtelijke en civielrechtelijke rechtspraak leert dat behoefte bestaat aan meer rechtseenheid, rechtsconsistentie en rechtsbescherming. Om te voldoen aan die geconstateerde behoeften, stel ik aanpassingen voor in de door de bestuursrechter en civiele rechter gehanteerde toetsingskaders. Ik stel nadrukkelijk geen wijziging in rechtsmachtverdeling voor, noch een codificatie van het vertrouwensbeginsel of van de onderzochte overheidsuitlatingen. Volgens mij zijn alle ingrediënten voor meer rechtseenheid, een consistentere toetsing en meer rechtsbescherming bij een schending van gerechtvaardigd vertrouwen in de wet en jurisprudentie aanwezig. De rechters moeten wel aan de slag om de toepassingsvoorwaarden te verduidelijken en te expliciteren afhankelijk van de vorm van de vertrouwensschending in het bestuursrecht en het civiele recht. Tevens is onder meer rechtseenheid wenselijk ten aanzien van het vaststellen van (de rechtsgevolgen van) vertrouwenwekkende inlichtingen en de financiële gevolgen van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen.
11 Overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen