Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.6.1:18.6.1 Benadeling van crediteuren
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.6.1
18.6.1 Benadeling van crediteuren
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS408017:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
DeWeijs 2010a, p. 240, onder verwijzing naar HR 23 december 1949, NJ 1950, 262 (Boendermaker/ Schopman) en HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 654 en JOR 2001/269 (Diepstraten/Gilhuis q.q.).
Zie ook Van der Weijden 2012, p. 60.
Wibier geeft daarom aan dat de curator “met ‘the brilliance of hindsight’, mag beoordelen of sprake is van benadeling. […] De benadelingstoets is vrij klinisch: zijn de schuldeisers met de transactie slechter af dan zonder, dan is er sprake van benadeling.” (Wibier 2010, p. 227-228).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een succesvol beroep op de pauliana is vereist dat de crediteuren van de schuldenaar door de rechtshandeling in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de vraag of van benadeling sprake is, moet worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling te vergelijken met de situatie waarin zij feitelijk verkeren als die handeling onaangetast blijft.1 Van benadeling is sprake als een schuldeiser van de failliet een kleiner gedeelte van zijn vordering voldaan krijgt dan zonder de rechtshandeling het geval was geweest.2 Voor een succesvol beroep op de pauliana is niet voldoende dat een handeling van de schuldenaar mogelijk tot benadeling zal leiden; er moet sprake zijn van een daadwerkelijke benadeling. De rechtshandeling hoeft niet direct tot nadeel te leiden op het moment dat deze wordt verricht; het is voldoende dat de benadeling bestaat op het moment dat de rechter in hoogste feitelijke instantie over de feiten oordeelt. De benadeling wordt kortom ex nunc vastgesteld.3 Van een groot aantal rechtshandelingen zal achteraf gezegd kunnen worden dat deze in het faillissement nadelig zijn gebleken voor de crediteuren. Zo is iedere rechtshandeling die resulteert in een vermindering van het eigen vermogen van de debiteur in een daaropvolgend faillissement nadelig voor de gezamenlijke crediteuren. Dat een rechtshandeling benadelend voor de crediteuren was, betekent echter nog niet dat paulianeus gehandeld is. Daarvoor is immers ook vereist dat wetenschap van deze benadeling bestond bij de schuldenaar, en soms ook bij de wederpartij.