Pandrecht op aandelen
Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/2.1:2.1 Inleiding
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706261:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
17. Een pandrecht op aandelen kan ontstaan als gevolg van de vestiging daarvan krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde, of op grond van de wet. De verpanding door vestiging gaat in veel opzichten hetzelfde als bij andere goederen. Anders dan bij andere goederen echter, is voor de verpanding van aandelen altijd een notariële akte nodig. Goederen zoals vorderingen, roerende zaken die geen registergoed zijn en intellectuele eigendomsrechten kunnen door middel van een notariële akte worden verpand, maar bijvoorbeeld ook via een geregistreerde onderhandse akte. Bij de verpanding van aandelen bestaat die keuzevrijheid niet. Aandelenverpanding lijkt in dat opzicht meer op de verhypothekering van vastgoed of van te boek gestelde vliegtuigen en schepen. In dit hoofdstuk behandel ik de vraag welke regels er gelden bij de verpanding van aandelen. Vragen die daarmee samenhangen zijn: kunnen beperkt overdraagbare aandelen ‘gewoon’ worden verpand? Wat moet er in een akte staan om een geldig pandrecht op aandelen te vestigen? Is het pandrecht nog geldig als achteraf blijkt dat de pandakte niet-authentiek is? En als het gaat om aandelen in een vennootschap die een onderneming drijft, moet de ondernemingsraad dan om advies worden gevraagd wat de verpanding betreft?
In dit hoofdstuk beargumenteer ik onder meer dat statutaire blokkeringsregelingen vaak niet in de weg staan aan de verpanding van aandelen, maar dat het niet op voorhand vaststaat dat zij daaraan niet in de weg staan. Verder betoog ik dat er geen pandrecht tot stand komt wanneer de notariële akte van aandelenverpanding de kracht van authenticiteit mist. Tegelijkertijd verdedig ik de opvatting dat wanneer er niet aan alle wettelijke eisen aan de inhoud van de akte wordt voldaan, toch een geldig pandrecht tot stand kan komen. Ook beargumenteer ik dat wanneer het stemrecht niet aan de pandhouder wordt toebedeeld, toch een adviesrecht kan bestaan van de ondernemingsraad van de vennootschap waarvan de aandelen worden verpand. Uit mijn analyse blijkt dat er door partijen bij aandelenverpanding aan veel kwesties moet worden gedacht. Dat komt onder andere doordat de ‘fabrieksinstellingen’ van het pandrecht op aandelen onhandig zijn wat betreft enkele belangrijke kwesties. Het gevolg daarvan is dat de verpanding van aandelen meer afspraken vergt dan de verpanding van sommige andere goederen.