Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.1.c
c. Massa
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS477347:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Er is hier – in zekere zin en met de nodige fantasie – sprake van een (minimale) gelijkenis met de legitimaire massa uit het erfrecht (art. 4:65 BW), waarbij ik mij uiteraard realiseer dat de vergelijking mank gaat daar waar het de vermindering met bepaalde schulden der nalatenschap en bijtelling van bepaalde giften betreft.
Aldus B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil’, in: JBN 2007/10, alsmede B.F. Preller, ‘Kavelruil onder de Wet inrichting landelijk gebied nader beschouwd’.
§ 45 Baugesetzbuch. Hierna tevens: BauGB.
§ 55 Abs. 2 BauGB.
§ la Abs. 3 BauGB.
Massa is het totaal van de bij de overeenkomst afgestane onroerende zaken.1 De door partijen ter beschikking gestelde onroerende zaken behouden hun kenmerken van vorm en afmetingen. Pas bij het verkavelen, het vormen van de gewenste kavels, kan daarin wijziging komen, afhankelijk van de door partijen overeengekomen toedelingen.2
Net als bij de samenvoeging kan ook ten aanzien van het begrip massa de ‘Duitse connectie’ worden gemaakt Binnen het Duitse verkavelingsinstrument Umlegung3 (dat, zoals hierna in onderdeel G.2 zal worden beschreven, de inspiratiebron is geweest voor het Nederlandse onderzoek naar de stedelijke herverkaveling) worden, ter verkrijging van grote, gunstig gevormde, goed gelegen en voor bebouwingsdoeleinden geschikte (bouw)kavels, gronden in een zogeheten ‘Umlegungsmasse’ bij elkaar gebracht, in welke massa iedere eigenaar gerechtigd is tot een bepaald (van de oppervlakte van de door hem of haar gerelateerde) procentueel aandeel.4 Vervolgens worden uit deze massa de niet voor bebouwing bestemde percelen genomen.5 De overgebleven percelen worden tezamen als ‘Verteilungsmasse’ aangeduid. Uit deze (tweede) massa vindt de verkaveling en vervolgens de toedeling aan de eigenaren plaats, naar rato van eenieders aandeel in de Umlegungsmasse.
Aldus bezien vormt de massa, als (tijdelijke) ‘container’ voor de ingebrachte onroerende zaken, een voor de verdere afwikkeling van de kavelruil essentiële tussenstap. Zonder de vorming van een massa is (uiteindelijk) geen verkaveling mogelijk.