Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.7:10.4.7 Aanvullende verplichtingen bij voorlopige preventieve maatregelen
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.7
10.4.7 Aanvullende verplichtingen bij voorlopige preventieve maatregelen
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het nieuwe voorgestelde model brengt voorts mee dat aan een door de rechter afgegeven bevel tot een voorlopige preventieve maatregel van rechtswege een drietal aanvullende verplichtingen wordt verbonden. Deze aanvullende verplichtingen zijn gedurende de gehele looptijd van het bevel tot een voorlopige preventieve maatregel van kracht. In navolging van de algemene schorsingsvoorwaarden in het huidige artikel 80, tweede lid Sv, gelden voor de minderjarige verdachte die zich op bevel van de rechter dient te houden aan een voorlopige preventieve maatregel tevens de aanvullende verplichtingen dat (i.) de verdachte, indien een wijziging van de voorlopige preventieve maatregelen wordt bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel niet zal onttrekken; (ii.) dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige preventieve maatregel is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken; en (iii.) dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt. Niet naleving van deze aanvullende verplichtingen kan aanleiding zijn voor aanhouding van de verdachte en wijziging van de voorlopige preventieve maatregelen (zie par. 10.4.6), met als uiterste mogelijke consequentie de insluiting van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting (lees: voorlopige hechtenis onder 11ë in par. 10.4.2), mits dit strikt noodzakelijk en proportioneel is ter afwending van het gevaar dat ten grondslag ligt aan het bevel tot voorlopige preventieve maatregelen.