Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/12.3.5
12.3.5 Samenloop tussen de oneerlijkheidsnormen
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS492452:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De collectieve bestrijding van de procedurele oneerlijkheid van algemene voorwaarden blijft op nationaal niveau overigens vooralsnog vaak achter (uitzondering is Frankrijk).
Waarin rechten en plichten worden gewogen naar hun kenbaarheid.
Het Richtlijnvoorstel consumentenrechten bevat een ruimere informatieverplichting dan de Richtlijn OB maar maakt niet duidelijk welke sanctie (behalve de uitleg contra proferentem) op de schending van deze verplichting is gesteld.
Ov. 47 considerans Richtlijnvoorstel consumentenrechten bepaalt dat handelaren vrij zijn in hun keuze voor een bepaalde lettertype of -grootte. Ik meen dat hierover wel afspraken mogelijk zijn.
Hoewel deze oneerlijkheid veelal situatiegebonden is, heeft de consument m.i. meer aan een versterkt toezicht op transparantie-, leesbaarheids- en begrijpelijkheidsnormen dan aan de nationale totstandkomings- en terhandstellingsregels. De onduidelijkheid van de normen speelt geen ml bij de informatieplicht in Nederland. De naleving van een terhandstellingsplicht leidt er, wanneer de consument wordt geconfronteerd met onleesbare, onduidelijk geformuleerde en gepresenteerde voorwaarden, m.i. niet toe dat de consument een geïnformeerd besluit neemt. Toch is deze doorslaggevend.
De verhouding tussen art. 7 lid 4 met betrekking tot de 'uitnodiging tot aankoop' en de norm uit de Richtlijn OB (en art. 5 Richtlijn consumentenrechten) moet duidelijk worden vastgelegd.
739. De harmonisatie vergt, behalve duidelijke regels ten aanzien van de samenloop tussen de oneerlijkheidsnormen (dat is thans niet het geval), dat de inhoud van beide normen nader wordt gedefinieerd. Ingeval de toetsing van dezelfde feiten aan beide normen tot verschillende uitkomsten leidt, zou, m.i. steeds voor de meest beschermende norm moeten worden gekozen. Om vast te stellen bij welke norm de consument de meeste baat heeft, moet op Europees niveau vaststaan welke bescherming de normen de consument precies bieden. Hiertoe is met name van belang dat de inhoud en de systematiek van de norm uit de Richtlijn OB worden verduidelijkt.
De procedurele eerlijkheid (de naleving van de informatie- en de transparantieplicht door de gebruiker) zou op zichzelf naar ik meen geen beslissende rol mogen spelen bij de toetsing aan de norm uit de Richtlijn OB, wanneer sprake is van een naar zijn inhoud nadelig beding.
Ook zou duidelijk moeten worden welke oneerlijkheidsnorm contractsbedingen bestrijdt, die naar hun inhoud mogelijk evenwichtig zijn, maar die potentieel verrassend zijn, omdat zij onduidelijk en/of onbegrijpelijk zijn, weggemoffeld zijn in het contract en/of waarop de consument niet wordt gewezen. De collectieve aanpak van dergelijke bedingen zou m.i. moeten toenemen.1
Het 'toevertrouwen' van deze bedingen aan de norm uit de Richtlijn OB vereist een 'procedurele' uitleg van het verstoringscriterium,2 de verduidelijking van de relatie tussen art. 3 lid 1 en 5 Richtlijn OB3 en de definiëring van de inhoud van de transparantieplicht in de contractuele context. Omwille van de harmonisatie zouden transparantie-, leesbaarheids- en begrijpelijkheidsvoorwaarden (opbouw voorwaarden, lettertype,4 taalregister, highlight, regelafstand, kleur) moeten worden aangescherpt (par. 12.3.3).5
Van het Hof zou tot slot meer duidelijkheid moeten komen over de bij de Richtlijn OB te hanteren referentieconsument: het beschermingsdoel zou gediend zijn wanneer de onwetende consument uit het Océano-arrest als uitgangspunt zou gelden. Wanneer, voor wat betreft de kenmerken van de referentieconsument en de transparantie- en informatieplichten, een onderscheid wordt gemaakt tussen de Richtlijn OB en de Richtlijn OHP, moet dit heel duidelijk zijn.6
Of de ene toetsingsuitkomst gunstiger is dan de andere, is verder sterk afhankelijk van het verschil in harmonisatieniveau. Dit verschil zal voorlopig blijven bestaan. Met het oog op de harmonisatie in de praktijk, zou de nationale regelgeving inzake algemene voorwaarden, waar nodig, op de Richtlijn OHP moeten worden afgestemd.