Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.9.6
5.9.6 Conclusie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291388:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. S. Cnossen, ‘BTW en onroerend goed’, WFR 1995/399, paragraaf 5, S. Cnossen, ‘VAT Treatment of Immovable Property’ in: V. Thuronyi (ed.), Tax Law Design and Drafting (volume 1), International Monetary Fund 1996, p. 11-12, S. Cnossen, Three VAT Studies, Den Haag: CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis 2010, p. 77 en R. de la Feria en R. Krever, ‘Ending VAT Exemptions: Towards a Post-Modern VAT’, in: R. de la Feria (ed.), VAT Exemptions. Consequences and Design Alternatives, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2013, p. 26.
Om cumulatie van btw te voorkomen, is lidstaten in art. 137 lid 1, onderdeel b Btw-richtlijn de bevoegdheid gegeven belastingplichtigen te laten opteren voor een belaste levering. De huidige optieregeling is geen probaat middel om de strijd met de fiscale neutraliteit weg te nemen.1 In de eerste plaats beschikken lidstaten op grond van art. 137 lid 2 Btw-richtlijn over een ruime beoordelingsmarge waardoor het van lidstaat tot lidstaat kan verschillen of en, zo ja, onder welke voorwaarden geopteerd kan worden voor een belaste levering van een oud gebouw. Dit is in strijd met de interneutraliteit. Bovendien kunnen nationale inperkingen van de keuzemogelijkheid, zoals de Nederlandse optievoorwaarde dat de afnemer het gekochte voor minimaal 90% voor aftrekgerechtigde doeleinden gebruikt, ervoor zorgen dat cumulatie van btw-heffing maar in beperkte mate wordt voorkomen. De optieregeling geeft voorts geen oplossing voor de situatie waarin door de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen eindverbruik van een gebouw (deels) onbelast blijft, hetgeen in strijd is met het rechtskarakter van de btw, of waarin op gebruik van een gebouw voor niet-aftrekgerechtigde doeleinden (deels) geen btw drukt, hetgeen in strijd is met de ratio van het recht op btw-aftrek (zie paragaaf 8.2.3). Hierbij kan gedacht worden aan een gebouw dat door een belastingplichtige gedurende de gehele herzieningsperiode volledig voor aftrekgerechtigde doeleinden wordt gebruikt en daarna vrijgesteld (en dus ‘schoon’ van btw) wordt geleverd aan een eindverbruiker of een belastingplichtige die geen recht heeft op volledige aftrek van btw. Uiteraard zijn scenario’s waarbij het gebouw deels ‘btw-schoon’ door een eindverbruiker of een niet-aftrekgerechtigde afnemer wordt verkregen eveneens denkbaar.