Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/11.5:11.5 Meerwaarde ten opzichte van de andere grenzen
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/11.5
11.5 Meerwaarde ten opzichte van de andere grenzen
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS592182:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
509. De verwezenlijking van een niet-vergroot risico geeft een specifieke grens aan de reikwijdte van aansprakelijkheid die niet goed verkregen kan worden met de andere in dit deel besproken grenzen. Indien men met de in hoofdstuk 8, 9 en 10 behandelde grenzen aan de reikwijdte van aansprakelijkheid in de in dit hoofdstuk besproken casus tot een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid probeert te komen, komt men in het kader van elk van die andere grenzen steeds weer uit op het criterium of sprake is van een niet-vergroot risico.
Dit laat zich illustreren aan de hand van de in nr. 494 besproken casus waarin een passagier in een te hard rijdende taxi wordt getroffen door een omwaaiende boom. Men kan zeggen dat met de geschonden norm niet beoogd is tegen deze schade te beschermen – de in hoofdstuk 8 behandelde grens. Tot die conclusie komt men mijns inziens dan, ervan uitgaande dat normen niet beogen te beschermen tegen risico’s waarvan de omvang niet anders wordt door de schending van de norm. Op deze wijze hanteert men alsnog het criterium van kansvergroting.
Wat betreft de grens van het rechtmatig alternatief – de in hoofdstuk 9 behandelde grens – geldt dat als de taxi slechts korte tijd eerder zou zijn vertrokken en niet met te hoge snelheid zou hebben gereden, dezelfde schade rechtmatig zou zijn ontstaan.1 Beslissend bij deze grens is echter of de schade op niet-relevant andere wijze rechtmatig kon worden toegebracht. Voor de hand ligt om te zeggen dat de schade inderdaad op niet-relevant andere wijze is toegebracht, omdat de normschending de kans op het risico dat zich heeft verwezenlijkt, niet heeft vergroot.
De conclusie dat deze schade niet toerekenbaar is, laat zich niet goed bereiken door te zeggen dat geen zorgvuldigheidsnorm is geschonden die beoogt te beschermen tegen deze schade – de in hoofdstuk 10 behandelde grens. Het te hard rijden is immers (ook) onzorgvuldig, juist met het oog op de veiligheid van de passagier. Niet vereist is dat de precieze wijze waarop het letsel van de passagier is ontstaan, voorzienbaar was. Om deze reden laat zich niet goed vaststellen dat de tevens geschonden zorgvuldigheidsnorm niet beoogt te beschermen tegen de schade zoals geleden. Wel is denkbaar te zeggen dat zorgvuldigheidsnormen niet beogen te beschermen tegen risico’s die ook zonder schending van de norm aanwezig zijn en door de schending van de norm niet worden vergroot. Op deze manier wordt alsnog het criterium van de kansvergroting gehanteerd.