Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/11.1
11.1 Inleiding
D.A. van derKooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van derKooij
- JCDI
JCDI:ADS590942:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Scholten 1902, p. 299 t/m 303; Bloembergen 1965, nr. 140; Van Schellen 1985a, nr. 196; Sieburgh 2000, p. 15. In Engeland: Weir 2006, p. 84. In Duitsland de in § 2.3.3 besproken adequatieleren. Vgl. ook HR 17 juni 1932,NJ 1932/1464 m.nt. E.M. Meijers (Monte Santo) en HR 29 januari 1978,NJ 1978/285 m.nt. G.J. Scholten (Abbekerk). Met name in oudere jurisprudentie uit Engeland en de Verenigde Staten treft men een groot aantal zaken aan waarbij de laedens of de gelaedeerde zich ten gevolge van de fout van de laedens op ‘de verkeerde plaats op de verkeerde tijd’ bevond en dat condicio sine qua non was voor de schade van de gelaedeerde. In deze gevallen wordt aansprakelijkheid voor die schade steeds afgewezen. Zie bijvoorbeeld: Central of Georgia R. Co. v. Price, 106 Ga. 176, 32 SE 77 (1898); Berry v. Sugar Notch Borough 191 Pa. 345, 43 A. 240 (1899); Balfe v. Kramer, 249 App. Div. 746, 291 NYS 842 (1936); Draxton v. Katzmarek, 280 NW 288 (1938). Zie uitvoerig hierover: Hart & Honoré 1985, p. 103, 121, 122, 170, 281, 253, 427, en tevens Honoré 1983, p. 50; Van 1995, p. 48-49; Van Schellen 1972, p. 79; en Posner 2011, p. 234.
494. Soms verwezenlijkt zich ten gevolge van een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis een risico, maar zou de gelaedeerde dat risico ook zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis hebben gelopen en is dat risico door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis niet vergroot.
Ik geef twee voorbeelden. (1) Een taxichauffeur rijdt gedurende enige tijd harder dan de toegestane maximumsnelheid. Bijna aangekomen op de plaats van bestemming waait, terwijl de taxi voor een stoplicht stilstaat, een boom op de taxi. De passagier die zich in de taxi liet vervoeren raakt hierdoor ernstig gewond. Zou de taxichauffeur zich aan de maximumsnelheid hebben gehouden, dan zou de taxi nog niet in de buurt van de boom zijn geweest toen deze omwaaide en de passagier dus niet gewond zijn geraakt. (2) Nadat de gewond geraakte passagier in het ziekenhuis is hersteld, wordt op de laatste dag van zijn verblijf in het cafetaria van het ziekenhuis zijn portemonnee gestolen. Zou de taxichauffeur niet te hard hebben gereden, dan zou de passagier niet gewond zijn geraakt en zou deze ook niet in het ziekenhuis zijn bestolen.
De aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis vergroot in deze casus in het algemeen het risico dat de gelaedeerde loopt. Met de overtreden verkeersnorm is immers beoogd de risico’s van deelname aan het verkeer te beperken. De risico’s die zich hebben verwezenlijkt – het worden getroffen door een omwaaiende boom en de diefstal van een portemonnee – liep de gelaedeerde echter ook zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en zijn door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis ook niet vergroot. Tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de schade is niet meer dan een zuiver toevallig verband aanwezig. Geen sprake is daarom van een toereikend normatief verband. Hier ligt een vierde grens aan de reikwijdte van aansprakelijkheid: tenzij het doel van de geschonden norm of van de kwalitatieve aansprakelijkheid is te beschermen tegen de verwezenlijking van zo’n niet vergroot risico, bestaat voor schade die slechts een zuiver toevallig gevolg van de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis is, in beginsel geen aansprakelijkheid.1 In dit hoofdstuk werk ik nader uit wanneer en waarom dat het geval is.
495. In het navolgende bespreek ik hoe deze grens aan de reikwijdte van aansprakelijkheid zich laat rechtvaardigen en wat het criterium is om aansprakelijkheid te begrenzen (§ 11.2). Vervolgens breng ik een algemene nuancering op deze grens aan (§ 11.3). Daarna behandel ik de verhouding van deze grens tot de oorspronkelijke Duitse leren van adequate veroorzaking (§ 11.4) en bespreek ik de meerwaarde van deze grens ten opzichte van de andere grenzen aan aansprakelijkheid (§ 11.5). Ik sluit af met een samenvatting (§ 11.6).