Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.9.4:4.9.4 'Cumulatief' model
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.9.4
4.9.4 'Cumulatief' model
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500906:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TGI Parijs 21 februari 2006; Cass. Civ. 1' 5 juli 2005, nr. 04-10779. Dit geldt ook voor het collectieve belang: reglementaire bedingen die soms naar hun aard 'exorbitante du droit commun' zijn, kunnen worden gerechtvaardigd door de specifieke kenmerken en behoeftes van publieke diensten: TA Nice 28 april 2006.
CA Agen 3 oktober 2006, nr. 05/01484: 'Les explications de Jean X... pour Center de justifier cette clause ne peuvent pas être retenues.'
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
263. Een 'cumulatief' model houdt in dat, wanneer een beding op grond van de eerste toets als oneerlijk kan worden aangemerkt, een tweede toets het oneerlijke karakter van het beding moet bevestigen. Een 'cumulatieve' toets is nadelig voor de consument.
Diagram 4.4
Door de goede trouw niet om te zetten heeft de wetgever een 'cumulatieve' toets bestaande uit een inhoudelijk en een procedureel criterium voorkomen. De cumulatie zou wel die van een abstracte en een (iets meer) concrete verstoring kunnen betreffen.
264. Hoewel de afwijking van de wet en het ontbreken van een evenwichtsherstellend beding meestal bepalend zijn (par. 4.9.2), kan een van de wet afwijkend of eenzijdig beding soms worden gerechtvaardigd.1 Dit gebeurt iets vaker dan dat een beding, dat in overeenstemming is met de wet of waarvoor een `contrepartie' bestaat, alsnog als oneerlijk wordt aangemerkt. De Franse rechter neigt dus iets meer naar een 'cumulatieve' toetsingssystematiek. De rechtvaardigingstoets vormt zelden een uitgebreide concrete verstoringstoets maar beperkt zich in de door mij geraadpleegde lagere rechtspraak meestal tot de beoordeling van het publieke belang, van de belangen van de gebruiker en van geobjectiveerde procedurele omstandigheden (de leesbaarheid van het beding, vgl. hypothese 2b, par. 4.6.4). Andere omstandigheden dan de inhoud of presentatie van het contract, wanneer zij al worden gesteld, spelen nauwelijks een rol. De rechtvaardigingstoets pakt soms goed uit voor de consument.2