Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.3.6:4.3.6 Het systeem van delicten in de AWR
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.3.6
4.3.6 Het systeem van delicten in de AWR
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270126:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Brief van 14 april 2011, Kamerstukken II 2010/2011, 32 740, nr. 1, p. 49.
Stb 2009, 609.
Persoon 2019, onderdeel 1.
Kamerstukken II 2008/2009, 32 128, nr. 3, p. 33, 36 en p.78 en 79.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt stilgestaan bij het geheel van de zojuist besproken gedragingen en wordt een voorschot genomen op de uitwerking van dit geheel in het licht van het ne bis in idem-beginsel. Niet in het bijzonder is uit één specifieke paragraaf, maar des te meer uit de verschillende paragrafen uit hoofdstuk vier, af te leiden dat de verschillende gedragingen, vooral bezien vanuit het perspectief van eraan gekoppelde delicten/bestraffingsmogelijkheden, zich niet logisch tot elkaar verhouden.
Zoals ook valt af te leiden uit het voorgaande, maakt een belastingplichtige zich feitelijk gezien schuldig aan fiscale fraude door de fiscale waarheidsvinding te frustreren door zich schuldig te maken aan de volgende gedragingen:
Gedraging
Delict
Bestuursrecht
Strafrecht
Verzuim
Vergrijp
Overtreding
Misdrijf
Geen aangifte doen
67a67b
67d67e
69 lid 1
Niet verzoeken om een uitnodiging aangifte te doen, terwijl belastingplicht redelijkerwijs kan worden vermoed
67ca
Onjuiste gegevens in de aangifte opnemen, waarbij de nadruk ligt op materiële onjuistheden en niet op formele onjuisthedenHieronder valt ook:
67d67e
69 lid 2
- ‘valse aangifte’ opmaken/indienen
225
- voorhanden hebben/verhullen van uit misdrijf afkomstig goed
420bis(.1)
- valse boeken, bescheiden en andere gegevensdragers beschikbaar stellen
68 c
69 lid 2
Niet alle relevante gegevens in de aangifte opnemen
67d67e
69 lid 2
Te laat aangifte doen
67a67b
69 lid 1
Niet genoeg betalen
67c
67f
69a
Te laat betalen
67c
67f
Niet/niet op de juiste wijze voldoen aan het verzoek van de inspecteur om informatie te verstrekken die van belang is voor de belastingheffing te zijnen aanzien
67ca
68 a/b
69 lid 1
(belastingplichtige in de vorm van administratieplichtige) De administratie niet goed bijhouden en/of bewaren en/of niet meewerken aan de overhandiging hiervan
68 d/e/f
69 lid 1
Tabel 4.1
In het kader van voorzienbaarheid en onderlinge afstemming, rijst een aantal vragen, wanneer deze tabel wordt bestudeerd.
Ten eerste: waarom is de schending van de aangifteplicht zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk bestraft en worden de schending van de informatieplicht en administratieplicht alleen strafrechtelijk gehandhaafd? Persoon schrijft treffend:
“In het fiscale handhavingspalet zijn er nog steeds, (…) opvallende verschillen te onderkennen. Soms is er simpelweg alleen een boetebepaling zonder strafrechtelijk equivalent, of andersom.”
In een brief van 14 april 2011, van de toenmalige staatssecretaris, met daarin een samenstel van verbeteringen van het belastingstelsel, werd opgemerkt dat de keuze voor bestuursrechtelijke afdoening (middels een fiscale vergrijpboete) of strafrechtelijke vervolging alleen moet afhangen van de ernst van de overtreding. Hiertoe zou een betere afstemming nodig zijn tussen het fiscale boeterecht en het fiscale strafrecht, waarop het kabinet dan ook beloofde te onderzoeken of alle boetebare feiten ook strafbare feiten zouden kunnen zijn.1 Van dit onderzoek is het resultaat mij niet bekend.
Ter illlustratie van het door de tabel inzichtelijk gemaakte gebrek aan systeem worden hier nog enkele andere vragen gepresenteerd:
Waarom kan het niet verzoeken om een uitnodiging om aangifte te doen, alleen met een fiscale verzuimboete worden bestraft?
Waarom is het niet doen van aangifte, of het onjuist doen van aangifte, enkel een strafrechtelijk misdrijf, terwijl het niet voldoen aan de informatieverplichting en de administratieverplichting ook (bij afwezigheid van opzet) een strafrechtelijke overtreding kunnen opleveren?
Waarom is de boetebepaling met de vergrijpboete bij overtreding van het delict in art. 10a AWR in art. 10a AWR in de bepaling zelf opgenomen, in plaats van in Hoofdstuk VIIIA, afdeling I paragraaf 2 (bij de rest van de vergrijpboeten)?
Waar bovenstaande vragen thans niet in de parlementaire stukken beantwoord worden en dus onbeantwoord zullen blijven, is er ook een vraag voor de hand liggend, die wel beantwoord kan worden. Waarom worden de strafrechtelijke overtredingen uit 68 lid 1 AWR (naast de hiervoor al besproken informatieplicht) niet gedekt door een bestuursrechtelijke variant (verzuim)? Het antwoord op deze vraag luidt als volgt. Door de inwerkingtreding van het Belastingplan 2010 werd het samenstel van de delictsomschrijvingen in het toenmalige art. 68 lid 1 AWR per 1 januari 2010 verhangen naar het huidige art. 67ca lid 1 AWR.2 Ter zake van het niet naleven van de diverse verplichtingen als bedoeld in art. 67ca lid 1 AWR, geldt thans dus niet het strafrecht als ultimum remedium.3 Een belangrijke reden voor overheveling van de delicten naar het bestuursrecht, betrof de effectiviteit van de handhaving. Strafrechtelijke vervolging van de bedoelde delicten kwam nauwelijks voor, gezien de beperkte capaciteit bij het OM en omdat de feiten als te licht werden beschouwd. Kenmerkende indicaties voor strafrechtelijke bestraffing (openbare terechtzitting en de mogelijkheid tot vrijheidsbeneming4) zouden niet meer aanwezig zijn. Tot slot werd als reden genoemd dat de overtreding van de verplichtingen niet gauw tot een dispuut zou leiden aangezien het redelijk eenvoudig vast te stellen normschendingen betrof.5