Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/5.6.1
5.6.1 Voorgeschiedenis
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS620499:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Considerans 6, Verordening Publicatieblad EU 2015, L 141/19.
Art. 92 van de herschikking van de Insolventieverordening maakt een paar uitzonderingen voor de ingangsdatum.
Zie hierover verder bijv.: S. van Dongen, ‘De herziene Insolventieverordening’,FIP 2016(5); P.M. Veder, ‘Europese ontwikkelingen in het insolventierecht’,TvI 2013/32.
Voor een beleidsmatige beschouwing over de ontwikkeling van de ‘Business Rescue’ cultuur in Europa verwijs ik bijv. naar: M.L.H. Reumers, ‘The Business Rescue Craze in European Insolvency Law’, Ondernemingsrecht 2017/95.
Resolutie van het Europees Parlement van 15 november 2011 over demografische verandering en de gevolgen daarvan voor het toekomstig cohesiebeleid van deEU (2010/2157(INI)). Publicatieblad EU 2013/C 153 E/01; Report with recommendations to the Commission on insolvency proceedings in the context of EU company law, 2011/2006(INI), 17 oktober 2011.
COM(2012) 573 final.
COM(2012) 742 final.
COM(2012) 795 final.
Considerans 11, COM(2014)1500 final.
Aanbeveling 6, COM(2014) 1500 final.
Bepaling 36, COM(2014) 1500 final.
Evaluation of the implementation of the Commission Recommendation of 12.3.2014 on a new approach to business failure and insolvency, 30 september 2015, p.5.
Aanbeveling, p. 8: “There are still several Member States where a business cannot be restructured before it is insolvent. While some other Member States introduced new preventive restructuring procedures, those rules differ in several aspects from the Recommendation. (…).”
Action Plan on Building a Capital Markets Union, COM(2015) 468 final, p. 26.
Action Plan on Building a Capital Markets Union, COM(2015) 468 final, p. 26.
COM(2016) 601 final, p. 4.
Op Europees niveau hebben de plannen zich op insolventiegebied de afgelopen jaren in hoog tempo opgevolgd. Allereerst is er de “Insolventieverordening” (Verordening (EG) nr. 1346/2000), maar die ziet alleen op kwesties als rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging, toepasselijk recht en samenwerking in grensoverschrijdende insolventieprocedures. Hoewel de Europese Raad heeft geconcludeerd dat de Insolventieverordening over het algemeen goed functioneert, is ook vastgesteld dat het wenselijk is om de toepassing van bepaalde bepalingen ervan te verbeteren, zodat grensoverschrijdende insolventieprocedures efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Om die reden is besloten tot een herziening of herschikking van de Insolventieverordening: de Verordening (EU) 2015/848
van het Europees Parlement en de Europese Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking),1 die sinds 26 juni 2017 (grotendeels) van toepassing is.2 De Insolventieverordening en de herschikking daarvan laten de verschillen tussen de nationale insolventieprocedures min of meer ongemoeid.3 In Europa is ook onderzocht hoe de nationale herstructureringsprocessen kunnen worden verbeterd. De Concept Restructuring Directive vloeit daaruit voort. Ik schets een korte voorgeschiedenis voordat ik inga op de rol van waardering in de Concept Restructuring Directive.4
Op 15 november 2011 heeft het Europees Parlement een resolutie betreffende insolventieprocedures aangenomen. Die resolutie hield aanbevelingen in voor de harmonisatie van specifieke aspecten van de nationale insolventiewetten, onder meer de vaststelling, de gevolgen en de inhoud van herstructureringsplannen.5 Vervolgens heeft de Europese Commissie in haar mededeling “Akte voor de interne markt II. Samen voor nieuwe groei.” van 3 oktober 2012 de modernisering van de insolventiewetgeving aangewezen als een kernactie om ondernemingen betere overlevingskansen te bieden en ondernemers een tweede kans te geven. De Europese Commissie kondigde aan dat zij ging onderzoeken hoe de efficiëntie van nationale insolventiewetten verder kan worden verbeterd zodat in de interne markt gelijke concurrentievoorwaarden voor ondernemingen en ondernemers tot stand worden gebracht.6
In de mededeling van de Europese Commissie “Een nieuwe Europese aanpak van faillissementen en insolventie” van 12 december 2012 werd vervolgens gewezen op de verschillen tussen de nationale insolventiewetten die de totstandbrenging van een efficiënte interne markt kunnen belemmeren.7 Gelijke uitgangspunten op het gebied van de nationale insolventiewetten zouden ertoe leiden dat bedrijven, ondernemers en particulieren die in de interne markt willen werken, meer vertrouwen hebben in de systemen van de andere lidstaten en de toegang tot krediet wordt verbeterd, wat investeringen aanmoedigt.
Op 9 januari 2013 heeft de Europese Commissie het “Actieplan ondernemerschap 2020. De ondernemingsgeest in Europa nieuw leven inblazen” goedgekeurd waarin de lidstaten onder meer wordt verzocht tegen 2013 (waar mogelijk) de benodigde tijd voor kwijtschelding en schuldherschikking voor ondernemers na faillissement te verlagen tot een maximum van drie jaar. Daarnaast is verzocht om ondernemingen ondersteunende diensten te bieden voor vroegtijdige herstructurering, alsmede advies om faillissementen te voorkomen en steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor herstructurering en een nieuwe start.8
Verschillende lidstaten zijn hun nationale insolventiewetten gaan herzien om het stelsel voor de redding van ondernemingen te verbeteren en ondernemers een tweede kans te geven. Met als doel de versterking van de interne markt, moet volgens de Europese Commissie de samenhang tussen die nationale initiatieven en alle toekomstige nationale initiatieven worden bevorderd. Hiervoor heeft de Europese Commissie vervolgens op 12 maart 2014 de aanbeveling inzake een nieuwe aanpak van faillissement en insolventie gepubliceerd (de “Aanbeveling”).9 Hierin wordt aanbevolen dat een schuldenaar zijn onderneming moet kunnen herstructureren om insolventie af te wenden.10 Een herstructureringsstelsel zou een schuldenaar daardoor in staat moeten stellen in een vroeg stadium – wanneer zijn insolventie nog zou kunnen worden voorkomen – een herstructurering door te voeren.
Zoals aangekondigd in de Aanbeveling,11 is vervolgens in 2015 en 2016 geëvalueerd hoe lidstaten met de voorstellen uit de Aanbeveling zijn omgegaan. Geconstateerd is dat het aantal herstructureringen in lidstaten met weinig juridische herstructureringsmiddelen beperkt is. Ook is gebleken dat in lidstaten waarin herstructureringswetgeving wel is geïmplementeerd, het aantal herstructureringen is toegenomen en de totale schuldenlast is gedaald.12 De Europese Commissie stelt echter ook vast dat een aantal lidstaten de Aanbeveling niet of slechts gedeeltelijk heeft opgevolgd en de verbeteringen nog niet op het gewenste niveau zijn.13 Gelijktijdig met deze evaluatie heeft de Europese Commissie op 30 september 2015 een actieplan gepubliceerd voor de totstandbrenging van een kapitaalmarktunie (Action Plan on Building a Capital Markets Union). Vastgesteld werd dat convergentie van insolventie- en herstructureringsprocedures zou bijdragen aan meer rechtszekerheid voor grensoverschrijdende investeerders en een tijdige herstructurering van levensvatbare ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren.14 Daarbij is aangekondigd dat nadere regelgeving zou volgen.15 Na een herhaling van deze boodschap in september 2016,16 is op 22 november 2016 de Concept Restructuring Directive gepubliceerd.