Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.4.1.2:6.4.1.2 Telecommunicatiewet
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.4.1.2
6.4.1.2 Telecommunicatiewet
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS618506:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2007, 16.
De OPTA houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van post en elektronische communicatiediensten. Zie verder de website http://www.opta.nl.
Beleidsregel is op 27 juni 2008 gepubliceerd, met kenmerk: OPTA/CENB/2008/201263. Zie ook: http://www.opta.nl/nYactueel/alle-publicaties/publicatie/?id=2619.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij wet van 6 december 20061 is niet alleen de nieuwe regeling betreffende de eigendom van netten ingevoerd, maar tevens ook het nieuwe hoofdstuk 5 Tw. Genoemd hoofdstuk ziet op de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels. Artikel 5.2 Tw regelt de verplichting van de rechthebbende of de beheerder van openbare gronden te gedogen dat ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk kabels in en op deze gronden worden aangelegd, in standgehouden of opgeruimd. Onder openbare grond wordt onder meer begrepen openbare wegen en overige openbare gronden zoals stoepen, bermen, sloten, bruggen, tunnels e.d. en openbare wateren. Uitzondering op deze algemene gedoogplicht is de aanleg van kabels in tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen (artikel 5.2, tweede lid Tw). Echter warmeer gebruikers op het openbaar elektronisch communicatienetwerk moeten worden aangesloten strekt de gedoogplicht zich wat de lokale kabels (= huisaansluiting) betreft tevens uit tot niet-openbare gronden, mét inbegrip van tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen (artikel 5.2, derde lid Tw). Aan de gedoogplicht komt een einde wanneer de aangelegde kabels gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar géén deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. De aanbieder van genoemd netwerk is dan op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rust, verplicht de kabels op te ruimen (artikel 5.2, achtste lid Tw).
Indien een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk voornemens is om over te gaan tot aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, dient hij degene op wie de gedoogplicht rust, schriftelijk in kennis te stellen van zijn voornemen. Blijft overeenstemming over de voorgenomen werkzaamheden uit, dan wordt volstaan met een kennisgeving aan de rechthebbende die vervolgens het college van de OPTA2 kan verzoeken een beschikking te geven over plaats, tijd en wijze van de uit te voeren werkzaamheden. Een zodanig verzoek schorst het recht op uitvoering van de werkzaamheden (artikel 5.3, vijfde lid Tw). Indien een aanbieder in openbare grond kabels wil aanleggen, in standhouden of opruimen, dienen burgemeester en wethouders daartoe een instemmingsbesluit te nemen (zie artikel 5.4 Tw). De aanbieder heeft bij aanleg in openbare grond zowel publiekrechtelijke toestemming op grond van de Tw nodig als wel privaatrechtelijke toestemming nodig van de gemeente als eigenaar/beheerder van de grond. Conform het zevende lid van artikel 5.4 Tw houdt het door burgemeester en wethouders afgegeven instemmingsbesluit tevens ook deze privaatrechtelijke toestemming in.
In hoofdstuk 5 Tw is verder bepaald dat de aanbieder bij ernstige belemmeringen en storingen spoedeisende werkzaamheden kan uitvoeren zonder dat hij overeenstemming hierover heeft bereikt met de rechthebbende of beschikt over een instemmingsbesluit. Enkel een mededeling voorafgaand aan de werkzaamheden is voldoende. Op basis van artikel 5.7 Tw dient de aanbieder aan degene op wie de gedoogplicht rust de schade te vergoeden die voortvloeit uit aanleg e.d. van kabels. Echter in het tweede lid van genoemd artikel wordt die schadevergoeding beperkt tot de vergoeding van marktconforme kosten van de voorzieningen. Ten aanzien van aanwezige bomen of beplantingen is enerzijds geregeld dat deze zoveel mogelijk moeten worden beschermd en de mogelijkheid tot groei niet wordt ontnomen (artikel 5.10 Tw). Anderzijds zijn rechthebbenden op bomen en beplantingen verplicht op basis van een schriftelijk verzoek van de aanbieder van het netwerk de wortels van bomen en beplantingen in te korten voor zover deze redelijkerwijze hinderlijk zijn of worden voor instandhouding van de kabels (artikel 5.11 Tw). Het hoofdstuk betreffende aanleg instandhouding en opruiming van kabels is van overeenkomstige toepassing op de aanleg etc. van ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken (ducts) waarin of waarop (nog) geen fysieke geleidingsdraden zijn aangebracht (artikel 5.15 Tw).
Ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels heeft de OPTA in 2008 (nieuwe) beleidsregels gesteld ten aanzien van de beslechting van geschillen en de behandeling van handhavingsverzoeken door het college met betrekking tot de gedoogplicht voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten behoeve van openbare telecommunicatie- en omroepnetwerken.3