Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/5.1:5.1 Inleiding
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305462:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BR 14 juni 1996, NJ 1997, 481 (De RuijterijlMBO).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorafgaande hoofdstukken is naar voren gekomen dat de onderhandelingsvrijheid van partijen niet onbegrensd is. Weliswaar kan, in het verlengde van het beginsel van de contractsvrijheid, als algemeen uitgangspunt worden aanvaard dat onderhandelingspartners, totdat de contractuele fase is bereikt, de onderhandelingen desgewenst in beginsel eenzijdig kunnen beëindigen. Naarmate de onderhandelingen zich verdichten wordt deze vrijheid op enig moment wel beperkt.
Het voeren van onderhandelingen is geen statisch, onomkeerbaar proces, waarbij successievelijk alle onderhandelingsfasen uit de door mij verworpen driefasenleer noodzakelijkerwijs zouden dienen te worden doorlopen en waarbij daaraan telkenmale dezelfde rechtsgevolgen zouden kunnen worden verbonden en verbonden blijven. In tegendeel: het voeren van onderhandelingen is een dynamisch proces waarbij het bijv. heel goed mogelijk is dat partijen "terugglijden" van het stadium waarin het eenzijdig afbreken van de onderhandelingen niet meer vrij staat, naar een situatie waarin dat weer wel mogelijk is. Het is heel goed denkbaar, dat hoewel op enig moment sprake is van rechtens relevant totstandkomingsvertrouwen, partijen toch nog op een ongeregeld punt stuiten waarover zij — ook indien zij daarover in redelijkheid onderhandelen — geen overeenstemming kunnen bereiken en dat uiteindelijk blijkt voor hen (of een van hen) van zodanige relevantie te zijn dat dit punt ook niet door de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid kan worden ingevuld. Dan kan alsnog een gerechtvaardigd breekpunt in de onderhandelingen ontstaan.
Verder betekent het intreden van het stadium waarin sprake is van rechtens relevant totstandkomingsvertrouwen niet onder alle omstandigheden dat het afbreken van de onderhandelingen ook niet meer geoorloofd is. Wat dit laatste betreft, heeft de Hoge Raad in het arrest De Ruijterij/MBO1 een belangrijke nuancering aangebracht op de door de Hoge Raad in (met name) de arresten Plas/Valburg, VSH/Shell, Vogelaar/Skil en Shell/Van Esta Tjallingii geformuleerde regels voor wat betreft de precontractuele verhoudingen.