Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.3
11.3 Kosten van het verpakken
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258404:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EEG 5 oktober 1988, nr. C-357/87 (Firme Albert Schmid tegen Hauptzollamt Stuttgart-West), ECLI:EU:C:1988:478, r.o. 8.
Deze visie wordt ook gesteund door rechtspraak. In een zaak voor het Gerechtshof Amsterdam speelde een zaak waarbij belanghebbende zorg droeg voor de invoerformaliteiten van in vaten vervoerd bevroren en geconcentreerd sinaasappelsap. De vaten (bins) volgde niet de indeling van het sinaasappelsap overeenkomstig indelingsregel 5b en werden afzonderlijk ten invoer aangegeven. De kosten van de vaten behoefden derhalve niet in ogenschouw te worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde. Gerechtshof Amsterdam 13 juli 2004, nr. 00/90108, ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8365.
Punt 6.51.00 van het Handboek Douane, https://www.belastingdienst.nl/bibliotheek/handboeken/html/boeken/HDU/douanetarief_en_financiele_maatregelen-algemene_indelingsregels_gecombineerde.html#HD-d877e514 (gecheckt op 8 januari 2021).
HQ H048276 van 27 maart 2009.
HQ 545917 van 1 augustus 1996.
HvJ EEG 5 oktober 1988, nr. C-357/87 (Firme Albert Schmid tegen Hauptzollamt Stuttgart-West), ECLI:EU:C:1988:478.
HvJ EEG 5 oktober 1988, nr. C-357/87 (Firme Albert Schmid tegen Hauptzollamt Stuttgart-West), ECLI:EU:C:1988:478, r.o. 9.
HvJ EEG 5 oktober 1988, nr. C-357/87 (Firme Albert Schmid tegen Hauptzollamt Stuttgart-West), ECLI:EU:C:1988:478, r.o. 15.
Onder het CDW lag de wijze van omslag bij herhaald gebruik besloten in artikel 154 TCDW. Deze bepaling is thans onder het DWU-wetgevingspakket niet meer opgenomen.
Ten aanzien van de kosten van het verpakken kan onderscheid worden gemaakt tussen i) de kosten van verpakkingsmiddelen die voor douanedoeleinden worden geacht met de goederen één geheel te vormen en ii) kosten van het verpakken, waaronder zowel het arbeidsloon als het materiaal is begrepen. Voornoemde elementen van de transactiewaarde zijn ondergebracht in artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten tweede respectievelijk ten derde, DWU. Belangrijk is dat voornoemde elementen worden onderscheiden van de kosten van vervoer (onderdeel 11.7). Indien de verpakking noodzakelijk is voor het vervoer – bijvoorbeeld de plastificering van goederen ter voorkoming van beschadiging van de goederen tijdens het transport –, maakt het verpakkingsmateriaal onderdeel uit van de transactiewaarde overeenkomstig de bepalingen voor het in aanmerking nemen van de kosten van vervoer (artikel 71, lid 1, onderdeel e, DWU). Dat laat onverlet dat verpakkingsmateriaal ruim uitgelegd moet worden en ook verpakkingsmiddelen omvat voor de opslag en verhandeling van de ingevoerde goederen.1
De verpakkingsmiddelen omvatten geen (zee)containers, die hergebruikt worden en op basis van de algemene indelingsregels van de GN apart van de ingevoerde goederen worden ingedeeld. Het gaat enkel om verpakkingsmiddelen die voor douanedoeleinden geacht worden één geheel te vormen met het ingevoerde goed. Voor de afweging zou, omwille van de eenvoud en neutraliteit van het douanewaardestelsel, aansluiting kunnen worden gezocht bij de algemene indelingsregels 5a en 5b van de GN.2 De daaruit voortvloeiende voorwaarden zijn dat het verpakkingsmiddel:3
Speciaal gevormd of ingericht moet zijn;
Geschikt moet zijn voor herhaald gebruik;
Tegelijk met het ingevoerde goed wordt aangeboden en verkocht; en
Het wezenlijk karakter wordt bepaald door het ingevoerde goed en niet door het verpakkingsmiddel.
De kosten van een veiligheidslabel dat wordt aanbracht op kleding in het land van uitvoer door een niet aan de koper of verkoper verbonden derde partij en bedoeld is voor herhaald gebruik, vormt bijvoorbeeld geen verpakkingsmiddel.4 Ook de kosten die een koper in rekening gebracht krijgt van een niet aan de verkoper verbonden partij die de goederen vacuüm zuigt (welke behandeling niet noodzakelijk is voor het vervoer of gebruikelijk is in de industrie), vormt geen kosten van verpakken.5
In de praktijk speelt de vraag wat de douanewaarde behandeling is van voor hergebruik bestemde verpakkingen die niet in eigendom overgaan en na gebruik van het ingevoerde goed worden geretourneerd. Hierbij kan gedacht worden aan verpakkingsmiddelen waarop statiegeld zit zoals bierflessen en plastic flessen. In de zaak Firme Albert Schmid tegen Hauptzollamt Stuttgart-West van het Hof van Justitie werd bier vervoerd in biervaten, bierflessen en plastic kratten voor bierflessen.6 De voorwerpen moesten na gebruik worden geretourneerd naar de bierverkoper. Dat stond er niet aan de weg dat de biervaten, bierflessen en plastic kratten voor bierflessen als verpakking kunnen worden aangemerkt in de zin van (thans) artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten tweede, DWU.7 Anders dan een container, worden deze voorwerpen niet alleen gebruikt voor het vervoer, maar ook voor de opslag en verhandeling van de goederen. In voorkomende gevallen werden de voorwerpen niet door de firma Albert Schmid geretourneerd. In dat geval werden de voorwerpen door de bierverkoper aangemerkt als verloren gegane verpakkingen waarvoor zij een vergoeding in rekening bracht aan de firma Albert Schmid ter hoogte van 75% van de nieuwwaarde van de vaten en 100% van de nieuwwaarde van de flessen en kratten. Het Hof van Justitie oordeelde dat voornoemde vergoeding als verpakkingsmiddel in aanmerking genomen moest worden voor het vaststellen van de douanewaarde zover de vergoeding niet reeds onderdeel uitmaakte van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.8 Indien voor hergebruik bestemde verpakkingen niet alleen noodzakelijk zijn voor het vervoer maar ook voor de opslag en verhandeling van de goederen, worden zij in aanmerking genomen voor de vaststelling van de douanewaarde van de ingevoerde, verpakte goederen. Ik meen dat indien zulke verpakkingen voor meer dan één invoer worden gebruikt, de waarde van de verpakkingsmiddelen naar verhouding moet worden omgeslagen over de ingevoerde goederen waarbij de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen in acht moeten worden genomen.9