Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.6.1:12.5.6.1 Inleiding
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.6.1
12.5.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491650:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het huidige recht is uitgebreider besproken in de onderdelen 11.3.10, 11.4.4.3 en 11.4.5.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien vermogen als gevolg van een splitsing tenietgaat, is mogelijk de latere heffing niet verzekerd. In dergelijke gevallen is een fiscaal gefaciliteerde splitsing alleen mogelijk op verzoek. De toepassing van standaardvoorwaarde 1 kan vervolgens fiscale afrekening uitlokken bij de splitsingspartners. De gedachte hierachter is dat de belastingclaims niet te handhaven zijn omdat het onderliggende vermogen verdwijnt. In die situaties verloopt de splitsing niet volledig fiscaal geruisloos. In navolging van de staatssecretaris in het beleidsbesluit zuivere splitsing en het beleidsbesluit afsplitsing concentreer ik mij hierna op onderlinge vorderingen en schulden en onderlinge aandelenrelaties.1