Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5:12.5 Het waarborgen van vennootschapsbelastingclaims
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5
12.5 Het waarborgen van vennootschapsbelastingclaims
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491590:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
12.5.1 Inleiding en plan van behandeling12.5.2 Het toetsingskader nader geconcretiseerd12.5.3 De fiscale indeplaatstreding12.5.4 De splitsende rechtspersoon beschikt over een opwaarderingsreserve12.5.5 De splitsende rechtspersoon houdt een deelneming in de zin van art. 13c Wet VPB 1969 (wettekst 2011)12.5.6 Vermogen dat als gevolg van de splitsing tenietgaat12.5.7 Vermogen dat als gevolg van de splitsing het bereik van de Wet VPB 1969 verlaat12.5.8 Voor het bepalen van de winst zijn bij de splitsingspartners dezelfde bepalingen van toepassing (bijzondere fiscale regimes)12.5.9 Bij de splitsing wordt een negatieve winst behaald12.5.10 De afsplitsende rechtspersoon is een stichting of vereniging12.5.11 Een vordering daalt in waarde door een splitsing12.5.12 Het opgeofferde bedrag in het geval van fiscaal begeleide moeder-dochterafsplitsingen