Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/4.1:4.1 Inleiding
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196890:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nr. 8 en 1.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[132] In hoofdstuk 3 zijn de karaktereigenschappen van de onmiddellijke voorzieningen en het gebruik van de rechterlijke bevoegdheid tot het treffen ervan besproken. Aan maatregelen zelf is nog weinig aandacht besteed. Welke onmiddellijke voorzieningen zijn er? In de wet staan geen onmiddellijke voorzieningen. Bij het gebruik van de in artikel 2:349a lid 2 BW gegeven bevoegdheid bieden de in artikel 2:356 BW vermelde voorzieningen aanknopingspunten voor de rechter en ook andere maatregelen hebben hun weg in de rechtspraak gevonden. Dit hoofdstuk houdt beschrijvingen van onmiddellijke voorzieningen in. Beoogd wordt om een indruk te geven van typen maatregelen die min of meer tot de ‘standaardgereedschapskist’ van de rechter behoren.
De maatregelen worden in dit hoofdstuk ingedeeld in drie categorieën, naar het soort effecten dat ze bij de rechtspersoon sorteren. Tegen die effecten zal de Ondernemingskamer de negatieve gevolgen afzetten, die de rechtspersoon ondervindt als de voorziening hem belet een contractuele verplichting na te komen.1
[133] Eerst komen enige maatregelen aan de orde die ingrijpen in de samenstelling van organen van de rechtspersoon (4.3).
De tweede groep onmiddellijke voorzieningen heeft effect op de toedeling van bevoegdheden aan (leden van) organen van de rechtspersoon (4.6).
Maatregelen die rechtstreeks ingrijpen in de besluitvorming, de derde groep, staan centraal in 4.7. Deze ingrepen interessant zijn voor het onderzoeksthema.
De categorie ‘buiten werking stellen van statutaire bepalingen’ wordt in 4.9 onderscheiden naar zijn verschijningsvorm, en niet naar zijn effecten. Gevolgen voor en wijzigingen van bevoegdheden kunnen ook worden bereikt met deze categorie, die daarnaast kan worden aangewend om besluitvorming mogelijk of juist onmogelijk te maken.