Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.3.3:II.4.3.3.3 Voorbeelden onbepaaldheid
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.3.3
II.4.3.3.3 Voorbeelden onbepaaldheid
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625074:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Zwolle-Lelystad 8 augustus 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BC9476, NJF 2008/255.
Rb. Zwolle-Lelystad 8 augustus 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BC9476, NJF 2008/255.
Hof ’s-Hertogenbosch 15 oktober 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AI1717, NJ 2003/477.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van onbepaaldheid is daarentegen sprake indien de prestatie dusdanig algemeen is dat het bestaan van een verbintenis niet kan worden aangenomen. Dit was bijvoorbeeld het geval in Rechtbank Zwolle-Lelystad, 8 augustus 2007.1 Volgens eiseres had haar vriend de heer A, voordat hij overleed, aan eiseres mondeling de toezegging gedaan dat zij een woning in Marbella te Spanje mocht kopen en dat deze woning per direct aan haar in eigendom zou toebehoren. De aanschaf van de woning zou gefinancierd worden door de heer A, waarbij het volgens eiseres ging om een financieringsbedrag tussen de € 2 miljoen en de € 2.5 miljoen. Eiseres stelt dat deze mondelinge toezegging door de heer A moet worden aangemerkt als een schenkingsovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de gestelde toezegging twee aanknopingspunten bevat, namelijk: 1) het moet gaan om een huis in Marbella en 2) het aankoopbedrag moet gelegen zijn tussen de € 2 miljoen en de € 2.5 miljoen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit evenwel dusdanig algemeen dat niet gezegd kan worden dat aan het bepaaldheidsvereiste is voldaan. ‘Een huis’ is een onbepaald en niet bepaalbaar voorwerp en ook het gestelde richtsnoer voor de aankoopprijs biedt in dit opzicht onvoldoende houvast. Treffender dan de rechtbank het zelf zegt, kan ik het niet verwoorden:
‘De vele eigenschappen en details die een huis kenmerken (zoals daar zijn: afmeting, ligging, afwerking, stijl, vorm, en wat dies meer zij) zijn in dit geval geen van alle aangeduid […]. Ook het gestelde richtsnoer voor de aankoopprijs biedt in dit opzicht onvoldoende houvast, nog daargelaten dat deze een wel heel ruime marge van € 500.000 kent.’2
Evenzo was het geval in Hof ’s-Hertogenbosch 15 oktober 2002, NJ 2003/477,3 waarin de ene partij stelt dat er tussen partijen een koopovereenkomst met betrekking tot een keuken ter waarde van plusminus ƒ 30.000 tot stand is gekomen. Deze partij vordert wegens annulering daarvan een vergoeding van 30% van de koopsom. Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de zaak die voorwerp van de gestelde koopovereenkomst zou zijn, te weten ‘een keuken’ dusdanig onbepaald en evenmin bepaalbaar is. Van een geldige koopovereenkomst is dan ook geen sprake. Het Hof ’s-Hertogenbosch merkt op dat ‘een keuken’ een samenstelling is van zeer veel afzonderlijke zaken, die in dit geval geen van alle nader zijn aangeduid. Zo waren niet nader aangegeven: de apparatuur die de koper wenst (oven, kookplaat, afzuigkap, vaatwasser, magnetron enz.), de soort, de uitvoering, het merk, de afmetingen, en verder het soort, het materiaal en de afmetingen van kasten, werkblad, tegel, tafel, spoelbak, kranen, verlichting, en verdere afwerking. Bovendien stond ook de prijs niet vast. Op een schets van de verkoper was immers ook het getal van 40.000 geschreven. Van het tot stand komen van een overeenkomst kon dan ook geen sprake zijn wegens gebrek aan een voldoende bepaald of bepaalbaar onderwerp.
Tot zover de voorbeelden uit de rechtspraak, waaruit geconcludeerd kan worden dat aan de eis van bepaaldheid wordt voldaan indien in de overeenkomst zijn vastgelegd de aard van de verbintenis en de wijze waarop later haar omvang zal zijn vast te stellen. Een dergelijke soepele interpretatie van het bepaaldheidsvereiste, dat bepaalbaarheid voldoende acht, is thans door de wetgever neergelegd in art. 6:227 BW. Dit artikel luidt dan ook dat de verbintenissen die partijen op zich nemen, bepaalbaar moeten zijn. In de hierna volgende paragrafen richt ik me op de bepaalbaarheid van art. 6:227 BW. Wat houdt deze bepaalbaarheid vandaag de dag concreet in?