Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.2
11.2.2 Internationale en Unierechtelijke grondslagen voor het in aanmerking nemen van commissies en courtages
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258636:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 5 december 2002, nr. C-379/00 (Overland Footwear Ltd tegen Commissioners of Customs & Excise I), ECLI:EU:C:2002:723, r.o. 17.
Onder het CDW kan op grond van artikel 78 CDW een verzoek tot herziening van de douaneaangifte worden ingediend, erop gericht om ‘een en ander recht te zetten’, omdat de vaststelling dat de aangiften onvolledig was wegens een onbedoelde vergissing van de aangever. Indien het ‘rechtzetten’ ertoe leidt dat het verschuldigd bedrag aan invoerrechten lager uitvalt, opent dat de mogelijkheid om een teruggaafverzoek in te dienen op grond van artikel 236 CDW. Zulks blijkt uit HvJ EG 20 oktober 2005, nr. C-468/03 (Overland Footwear Ltd tegen Commissioners of Customs & Excise II), ECLI:EU:C:2005:624. Onder het DWU zou een verzoek om teruggaaf berusten op artikel 117 DWU, welk verzoek al dan niet volgt op een wijziging van een douaneaangifte ex artikel 173, lid 3, DWU. Betoogd kan worden dat het verzoek om teruggaaf kan worden gedaan zonder dat daar een verzoek tot wijziging van de douaneaangifte aan voorafgaat, zie K.P.H. van der Schoot, De “schuld” van het DWU, Wfr 2019/4, p. 21. Zie ook onderdeel 10.5.4.2.
Artikel 8, lid 1, onderdeel a, ten eerste, CVA bepaalt dat commissies en courtages, met uitzondering van inkoopcommissies, in de douanewaarde moeten worden begrepen. Zowel in het DWU als haar voorganger, het CDW, is voornoemde bepaling in twee artikelen ondergebracht. In artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten eerste, DWU is opgenomen dat de werkelijk betaalde of te betalen prijs moet worden verhoogd met commissies en courtages, met uitzondering van inkoopcommissies, zover zij daarin niet reeds zijn opgenomen. In artikel 72, onderdeel e, DWU wordt aangegeven dat een inkoopcommissies voor de vaststelling van de douanewaarde buiten beschouwing wordt gelaten. Artikel 72, onderdeel e, DWU lijkt daarmee een dode letter nu artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten eerste, DWU de ‘bijtelling’ van een inkoopcommissie reeds uitsluit. Het is echter de redactie van de artikelen 71 en 72 die het nodig maakt dat inkoopcommissies ook in artikel 72 DWU worden genoemd. Artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten eerste, DWU voorziet er namelijk enkel in dat de werkelijk betaalde of te betalen prijs niet wordt verhoogd met inkoopcommissies. Uit voornoemd artikel volgt echter niet (expliciet) dat een reeds in de werkelijk betaalde of te betalen prijs besloten inkoopcommissie buiten beschouwing mag worden gelaten voor het bepalen van de douanewaarde. Dit is het geval indien de betaling voor de goederen via de agent loopt en de agent de aankoopprijs met een opslag doorbelast aan de koper, waarbij de factuur van de agent aan de koper wordt gebruikt bij het ten invoer aangeven van de goederen. Overigens merk ik daarbij op dat voor het bepalen van de douanewaarde een inkoopcommissie enkel buiten beschouwing mag worden gelaten in zoverre de inkoopcommissie te onderscheiden valt van de verkoopprijs (onderdeel 11.8.1).1 Indien dat niet het geval is, is de inkoopcommissie belastbaar. Mogelijk kan nadien nog een teruggaaf van rechten worden geclaimd indien blijkt dat per vergissing een inkoopcommissie in de aangegeven douanewaarde was opgenomen.2