Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/6.4.3
6.4.3 Wie kwalificeert als de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’?
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS611851:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 22 lid 3 Verordening (EU) 389/2013.
Uit artikel 16.43 Wm volgt dat de nationale administrateur een bij besluit aangewezen ambtenaar van de Nederlandse emissieautoriteit is. De Nederlandse emissieautoriteit is een publiekrechtelijk rechtspersoon (artikel 2.1 Wm).
Artikel 22 lid 3 Verordening (EU) 389/2013.
Bijvoorbeeld in het kader van de schorsing van de toegang tot rekeningen (artikel 34 lid 6 Verordening (EU) 389/2013).
Bijvoorbeeld artikel 13 lid 4 Verordening (EU) 920/2010 inzake het maken van bezwaar tegen de weigering een persoonstegoedrekening te openen.
De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn van belang. Immers, zoals in hoofdstuk 5 aan de orde is gekomen, is naar Nederlands recht niet expliciet aangewezen wie in het kader van Verordening (EU) 389/2013 als ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ moet worden beschouwd. Dit levert mogelijk een leemte op in de rechtsbescherming nu tegen bijvoorbeeld de weigering om een exploitanttegoedrekening te openen, ingevolge die Verordening alleen bezwaar kan geworden gemaakt bij de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’.1 Echter, gezien de hiervoor genoemde jurisprudentie wordt de leemte opgevuld, doordat de weigering een rekening te openen kan worden gekwalificeerd als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. De nationale administrateur is een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 Awb. Het is immers een orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld.2 Dit bestuursorgaan ontleent zijn bevoegdheid tot de weigering de rekening te openen aan artikel 22 lid 4 Verordening (EU) 389/2013. Derhalve kan op grond van artikel 7:1 Awb bezwaar worden ingediend bij de nationale administrateur tegen de weigering de rekening te openen. In die zin wordt de nationale administrateur dus ook (zij het indirect) naar nationaal recht aangewezen als ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’. Enigszins vreemd is wel dat de Verordening regelt dat de desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht:
‘vervolgens, met inachtneming van de nationale rechtsvoorschriften waarmee een rechtmatig, met deze verordening verenigbaar doel wordt nagestreefd en die evenredig zijn, hetzij de nationale administrateur opdracht geeft de rekening te openen, hetzij de weigering met een met redenen omkleed besluit bekrachtigt.’3
De Commissie lijkt met haar verordening dus voor ogen te hebben gehad dat een ander dan de nationale administrateur op bezwaren zou moeten beslissen. Immers, het is taalkundig wat vreemd om voor ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ de nationale administrateur te lezen. In geval van een geslaagd bezwaar zou de nationale administrateur dan namelijk aan zichzelf de opdracht moeten geven de rekening te openen. Daarmee staat de huidige uitvoering van Verordening (EU) 389/2013 in zoverre op gespannen voet met die Verordening.
De rechtsbescherming naar nationaal recht wordt nog onduidelijker wanneer naast de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ ook bij de ‘bevoegde autoriteit’ bezwaar kan worden gemaakt.4 De bevoegde autoriteit is wel aangewezen in artikel 16.43 Wm, namelijk het bestuur van de NEa.5 Uit de betreffende regelgeving van de Verordening lijkt dan een keuzemogelijkheid voort te vloeien: of er wordt bezwaar gemaakt bij de nationale administrateur, of er wordt bezwaar ingesteld bij het bestuur van de NEa. Het zou een hoop onduidelijkheid wegnemen als de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ eveneens expliciet wordt gedefinieerd in de Wet milieubeheer. Dit zou kunnen in een extra lid bij artikel 16.43 Wm. Mijn voorstel is daarbij het bestuur van de NEa aan te wijzen als ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’. Dat voorkomt verwarring in gevallen waarbij ingevolge de Verordening zowel bezwaar kan worden ingesteld bij de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’, als bij de ‘bevoegde autoriteit’. Beide zijn dan naar nationaal recht het bestuur van de NEa. Hiermee wordt dan naar nationaal recht een administratieve beroepsmogelijkheid in het leven geroepen bij het bestuur van de NEa. 6
Interessant is dat de voormalige registerverordening, Verordening (EU) 920/ 2010, in alle bepalingen waar het de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ als bevoegd orgaan aanwees, tevens de bevoegde autoriteit als bevoegd orgaan aanwees. In de bewoordingen: ‘bij de bevoegde autoriteit of de desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’.7 In het Besluit Mandaat Bestuur Nederlandse emissieautoriteit 2012 werd mandaat verleend aan de Directeur en Plaatsvervangend Directeur onder meer ten aanzien van het beslissen op bezwaar tegen de weigering een rekening in het register te openen. In het huidige Mandaatbesluit, Besluit Mandaat Bestuur Nederlandse Emissieautoriteit 2015, wordt ‘aan de Directeur en Plaatsvervangend directeur [...] mandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden die behoren bij de uitoefening van de taken van [het bestuur van de NEa]’ onder meer ten aanzien van Verordening (EU) 389/2013. 8Wellicht verwacht het bestuur van de NEa nog steeds dat het in alle gevallen waar de ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ als bevoegd orgaan is aangewezen, ook zelf nog bevoegd is. Zoals hierboven is gebleken, is dit thans (formeel) niet meer het geval. Een wettelijke aanpassing is nodig om het bestuur van de NEa als ‘desbetreffende autoriteit krachtens het nationale recht’ aan te wijzen, zodat het in al die gevallen waar niet tevens wordt verwezen naar de ‘bevoegde autoriteit’ alsnog het bevoegd gezag is.