Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/10.3:10.3 Wenselijkheid uitbreiding naar alle consumentenzaken
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/10.3
10.3 Wenselijkheid uitbreiding naar alle consumentenzaken
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS305876:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
325.
Het HvJ EU heeft zich tot dusver uitgesproken over de ambtshalve toepassing van omzettingswetgeving uit de Richtlijnen oneerlijke bedingen, -consumentenkrediet en -buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten. Met betrekking tot de eerstgenoemde Richtlijn bestaat er een plicht voor de rechter tot een dergelijke toepassing buiten de grenzen van de rechtsstrijd en een instructieplicht wanneer vastgesteld moet worden of de Richtlijn van toepassing is. Ten aanzien van de beide andere Richtlijnen spreekt het HvJ EU slechts van een bevoegdheid tot ambtshalve toepassing. Betekent dat nu dat de rechtspraak van het HvJ EU met betrekking tot de oneerlijke bedingen geen betekenis heeft voor deze Richtlijnen? En geldt een dergelijke plicht dan niet voor overige consumentenbeschermende EU-richtlijnen?
326.
Vanzelfsprekend is er pas duidelijkheid over deze kwesties op het moment dat het HvJ EU zich erover uitspreekt. En dat geschiedt pas op het moment dat aan het HvJ EU een vraag wordt voorgelegd die zich uitstrekt tot deze problemen. Er valt echter niet goed in te zien waarom de plicht voor de rechter tot ambtshalve toepassing buiten de grenzen van de rechtsstrijd beperkt zou moeten worden tot omzettingswetgeving die voortvloeit uit de Richtlijn oneerlijke bedingen. Immers, ook bij andere consumentenbeschermende EU-richtlijnen geldt dat de consument bij het ontbreken van ambtshalve ingrijpen door de rechter geen daadwerkelijke mogelijkheid heeft om zijn rechten geldend te maken, gelet op zijn achtergestelde economische en juridische positie. Als het bij die andere omzettingswetgeving wel aan de consument moet worden gelaten om de noodzakelijke feitelijke gegevens expliciet aan te voeren, zal hij alsnog niet in staat zijn om zijn rechten te verwezenlijken. Ook de instructieplicht in de fase van de vaststelling van de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen kan worden doorgetrokken naar overige consumentenbeschermende EU-richtlijnen, gezien het feit dat ook die richtlijnen op dezelfde consumentenbeschermende gedachte zijn gestoeld.