Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.8.3:7.8.3 Conclusie classificatiemethode buitenlandse rechtsvormen
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.8.3
7.8.3 Conclusie classificatiemethode buitenlandse rechtsvormen
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS394330:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stevens, A.J.A. (2008), supra noot 25, blz. 21-26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Concluderend kan gesteld worden dat na toepassing van de classificatiemethode van buitenlandse rechtsvormen op de OVBA geen eenduidig antwoord gegeven kan worden op de classificatievraag. Dit komt doordat de vraag over de aansprakelijkheid van de participanten niet beantwoord kan worden. Indien de classificaties van de LLP's uit Minnesota, New York, Delaware en het Verenigd Koninkrijk erbij gehaald worden, is te zien dat in het classificatiebesluit niet heel consequent wordt omgegaan met de vraag of er sprake is van alleen maar beperkt aansprakelijke vennoten. Indien we de Engelse aansprakelijkheid afzetten tegen die van de OVBA-vennoten valt op dat de Engelse aansprakelijkheid uit hoofde van wanprestatie volledig afhankelijk is van de contractuele afspraken met de derde, terwijl bij de OVBA het uitgangspunt zou zijn dat de vennoten in ieder geval voor hun eigen tekortkomingen in de nakoming van een verbintenis aansprakelijk zouden zijn. Een eventuele gelijke transparante behandeling van de OVBA zou dan op zijn plaats kunnen zijn. Ook gezien het feit dat de Engelse LLP veel meer weg heeft van een kapitaalvennootschap dan de Delaware LLP, is het vreemd dat de uitkomst van de toets bij de Engelse LLP resulteert in transparantie, maar bij de Delaware LLP in niet-transparantie. Het omgekeerde zou eerder te verwachten zijn. De verwijzing naar het 'voor rekening van '-criterium uit de rechtspraak maakt het classificatiebesluit er niet duidelijker op omdat dit criterium niet nader door de rechter is ingevuld. In de literatuur is dan ook betoogd dat het classificatiebesluit geen goede oplossing geeft voor die situaties waarin geen Nederlandse equivalent van de te classificeren buitenlandse rechtsvorm bestaat. Op dat punt wreekt zich het ontbreken van een duidelijke grondslag voor de indeling tussen fiscaal transparante en vennootschapsbelastingplichtige lichamen.1