De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.3.4.0:7.3.4.0 Introductie
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.3.4.0
7.3.4.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386871:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is wenselijk dat isP's een bepaling over aansprakelijkheid in hun algemene voorwaarden opnemen. Er is dan in de praktijk steeds sprake van een exoneratiebeding: een beding in de algemene voorwaarden waarin aansprakelijkheid wordt beperkt of uitgesloten. Daarvan kan sprake zijn in een beding dat de ISP geheel of ten dele bevrijdt van de wettelijke verplichting tot schadevergoeding, dan wel een vrijwaringsbeding, een overmachtbeding (zie paragraaf 7.3.5 'Overmacht') of een prestatiebeperkingsbeding (zie paragraaf 7.3.2 'Verplichtingen van de isP'). Indien de ISP in algemene voorwaarden zijn verplichtingen beperkt, zal dit een beding zijn dat onder art. 6:237 sub b BW valt en is sprake van een prestatiebeperkingsbeding. Wordt niet de inhoud van de verplichtingen zelf beperkt, maar de aansprakelijkheid bij het niet nakomen van die verplichtingen, dan valt het beding onder art. 6:237 sub f BW. In overeenkomsten met een consument wordt op grond van art. 6:236 sub h BW als onredelijk bezwarend aangemerkt een beding in algemene voorwaarden dat voor het geval bij de uitvoering van de overeenkomst schade aan een derde wordt toegebracht door de ISP of door een persoon of zaak waarvoor deze aansprakelijk is, de klant verplicht deze schade hetzij aan de derde te vergoeden, hetzij in haar verhouding tot de ISP voor een groter deel te dragen dan waartoe zij volgens de wet verplicht zou zijn.
Een exoneratiebeding in een 5P-overeenkomst dient naast de algemene toetsingscriteria zoals weergegeven in paragraaf 7.1 aan de volgende criteria te worden getoetst om de toelaatbaarheid van een beroep op het exoneratiebeding te kunnen beoordelen.
Ten eerste omstandigheden betreffende de aansprakelijkheid:
is er sprake van een algehele uitsluiting van aansprakelijkheid of van een beperkte uitsluiting;
heeft de aansprakelijkheid betrekking op wanprestatie, onrechtmatige daad of beide;
holt het exoneratiebeding de hoofdverplichtingen uit;
wordt aansprakelijkheid beperkt tot een redelijk deel dan wel een fractie van de te verwachten schade;
is er sprake van een maximum schadebedrag of een vervangende prestatie (herstelkosten);
wat blijft over van de wettelijke schadevergoedingsplicht;
wat is de aard van de schade die wordt uitgesloten;
welke oorzaak ligt aan de schade ten grondslag;
hebben zich veranderingen in de omstandigheden voorgedaan sinds de totstandkoming van de 5P-overeenkomst;
is uitsluiting van aansprakelijkheid gebruikelijk;
is er sprake van een reddend of glijbeding;
wat zijn de vereisten voor de vestiging van aansprakelijkheid;
wat is de zwaarte van de schuld?
Ten tweede omstandigheden betreffende de zwaarte van de schuld:
weet de ISP dat zijn prestatie gebrekkig is;
heeft een defect tot schade geleden die in geen verhouding staat tot de waarde van de door de ISP geleverde dienst;
wat is de reden van opneming van het exoneratiebeding;
wat is het verwachtingspatroon van de klant en welke toezeggingen heeft de ISP gedaan;
wat is de maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen;
welk gedrag hebben ISP en klant vertoond bij de uitvoering van de overeenkomst;
wat zijn de houding en gedragingen van de ISP die zich op de exoneratie beroept;
wat is de mate van onzorgvuldigheid;
wat is de aard en ernst van de betrokken belangen?
Ten derde overige omstandigheden:
wat zijn de mogelijkheden van verzekering;
welke overige omstandigheden van het geval kunnen nog een rol spelen?
Het is duidelijk dat de contractsvrijheid van een ISP wordt beïnvloed door deze factoren. De omstandigheden van het geval bepalen hoever de aansprakelijkheidspositie van een ISP in een bepaald geval reikt en in hoeverre de ISP zich op zijn exoneratiebeding kan beroepen.
Een ISP heeft met twee soorten aansprakelijkheid van doen tegenover zijn klanten: aansprakelijkheid voor wat zijn klanten doen tegenover andere klanten of derden en aansprakelijkheid ten aanzien van klanten zelf. Het zal vooral draaien om de vraag welke zorg in de gegeven omstandigheden van de ISP mocht worden verwacht ten aanzien van het voorkomen van schadelijke gevolgen. Deze vraag kan worden onderverdeeld in twee lagen: ten eerste het ontdekken van de desbetreffende normschending, en ten tweede het handelen naar aanleiding van die ontdekking. Deze twee lagen zijn gedeeltelijk uitgewerkt in wetgeving en jurisprudentie. De aansprakelijkheid van een ISP is afhankelijk van de functie(s) die hij uitoefent. De mogelijkheden voor uitsluiting dan wel beperking van aansprakelijkheid verschillen dan ook per functie.