Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.1:VIII.4.1 Inleiding
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.1
VIII.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178741:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hauschild & Böttcher 2012, p. 594. Zie voor de modelclausule <www.dis-arb.de/de/16/regeln/dis-erg%C3%A4nzende-regeln-f%C3%BCr-gesellschaftsrechtliche-streitigkeiten-09-erges-id5>, laatstelijkgeraadpleegd 15 april 2019, waarover Van der Bend & Roessingh 2012, par. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tien jaar na Schiedsfähigkeit II hebben de Gleichwertigkeitskautelen hun weg naar de praktijk gevonden. De Duitse rechtspraktijk maakt dankbaar gebruik van verschillende modelclausules, waaronder de uitvoerige clausule van arbitrage-instituut DIS.1 Al met al is besluitenarbitrabiliteit bij onze oosterburen niet langer in Frage.
Het is tijd om de stelsels bij elkaar te brengen. Doet het Duitse voorbeeld volgen? Kan het Nederlandse recht inspiratie putten uit de benadering van het Bundesgerichtshof? Uit mijn betoog mag gevoeglijk volgen dat ik, in lijn met het Duitse recht, de arbitrabiliteit van besluiten toejuich. Zoals betoogd vormen de rechtsgevolgen noch de erga omnes-werking valide argumenten om daarover anders te denken (zie § 2.2 en 2.3).
De vraag is wel in hoeverre de voorwaarden die het Bundesgerichtshof stelt, inpasbaar zijn in het Nederlandse recht. Sluiten de Gleichwertigkeitskautelen aan bij ons rechtspersonen- en arbitragerecht? Of verlangt de Nederlandse context andere oplossingen? Ik bespreek deze vragen in paragraaf 4.2. Vervolgens komt aan de orde of zich wellicht nog aanvullende voorwaarden laten stellen (§ 4.3). Verder verdient de aandacht of alle besluiten, in alle soorten en maten, wel arbitrabel moeten zijn (§ 4.4). Hierna bekijk ik binnen welke rechtspersonen besluitenarbitrabiliteit moet gelden (§ 4.5). Kan een regeling naast de BV ook toepassing vinden in de NV of zelfs in de andere rechtspersonen? Ten slotte is van belang hoe gestelde voorwaarden een inbedding kunnen vinden in het recht en op welke wijze de toets van een arbitragebeding of arbitraal vonnis plaats moet vinden (§ 4.6).