Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.4.4
12.5.4.4 Slotopmerking
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491703:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de regeling in art. 25b IW 1990, zoals besproken in onderdeel 11.6.2.2. Zie ook onderdeel 12.5.7. Art. 25b IW 1990 is beperkt tot gevallen waarin de belastingschuldige in een EU-lidstaat of EER-land is gevestigd. Mijns inziens is het onwenselijk die beperking over te nemen in de hier bedoelde situatie. Het is naar mijn mening voldoende te eisen dat de belastingschuldige is gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden die voortvloeien uit belastingen naar de winst.
Mocht de splitsende rechtspersoon vennootschapsbelasting verschuldigd zijn over de belaste vrijval van de resterende opwaarderingsreserve (zie hiervóór), dan lijkt het mij gelet op de fiscaal-theoretische toets passend als die belasting gespreid kan worden betaald.1